woensdag 20 juli 2016

Elon Musk, een visionaire Ondernemer

Elon Musk in zijn ontwikkelde Tesla S
 
Deze nog jonge, zeer succesvolle CEO van Space X , Tesla en Solar City heeft in een recordtijd een aantal bedrijfstakken volledig veranderd. Sommigen beweren zelfs dat hij “onze toekomst vormgeeft”.  Dat laatste is ontleend aan de titel van een biografie die journalist Ashlee Vance heeft geschreven en waarvan de Nederlandse vertaling is verschenen bij Levboeken/ Bruna uitgevers in 2016.
boekomslag bruna boek
 

 
Elon is geboren op 28 juni 1971 in Pretoria in Zuid-Afrika als eerste kind in het huwelijk van Errol en Maye, die elkaar ontmoetten op de Universiteit.  Errol was elektrotechnisch en werktuigbouwkundig ingenieur en werkte aan grote projecten zoals kantoorgebouwen, winkelcentra en woonwijken. Zijn moeder Maye was een eigen diëtistepraktijk begonnen. Na Elon kwam er nog een broertje Kimbal en zusje Tosca met tussenpozen van een jaar. Elon was een leergierig en energiek kind dat ook zo erg kon weg dromen, dat het leek alsof hij in trance was. Hij kon zich heel erg goed afsluiten van de buitenwereld en was dan verzonken in zijn binnenwereld. Voor buitenstaanders leek het alsof hij doof of autistisch was , maar dat bleek volgens controlerende artsen niet het geval te zijn. Hij creëerde in zijn brein een eigen wereld. Hij had al vroeg een sterk ontwikkeld visueel brein waarbij voorstellingen zo helder en duidelijk tot in detail waren alsof het een innerlijk beeldscherm was. Van Nikola Tesla wordt hetzelfde beweerd. Hij kon al zijn ontwikkelde apparaten al "ontwerpen en testen" in zijn hoofd. In de antroposofie zou men dit omschrijven als ontwikkelde  innerlijke, hogere zintuigen.http://bedrijfskunde-economie.blogspot.nl/2015/07/nikola-tesla-een-biografie.html
De buitenwereld had niet altijd begrip voor zijn naar binnen-gerichtheid en daarom had Elon maar weinig vriendjes met wie hij kon spelen. Later op school werd hij ook heel erg gepest en vertrok hij noodgedwongen naar een andere middelbare school. Op een school was het zelfs zo erg dat medeleerlingen hem van een trap af duwden en hard schopten waardoor hij flinke hoofdwonden had.  Hij moest naar het ziekenhuis en kreeg een neusoperatie. Pas na een week kon hij weer naar school. Op latere leeftijd liep hij tijdens een reis door Afrika ook een ernstige vorm van malaria op waardoor hij tien dagen op de intensive care terecht kwam, 25 kilo aan gewicht verloor en nog zes maanden nodig had om te herstellen.
 
Elons leergierigheid was ook ongekend. Hij zat altijd in een hoekje in een boek te lezen en las wel 10 uur per dag. In de plaatselijke boekwinkel kon hij ook uren zitten om alle strips,  sciencefiction en non-fictieverhalen door te lezen. In de school- en openbare bibliotheek was hij ook een frequente bezoeker.  Op jonge leeftijd realiseerde hij zich “dat je eigenlijk niet weet wat je nièt weet”.  Dat leidde tot het voornemen  om dan maar de hele encyclopedie te gaan doornemen of eigenlijk twee verschillende, want daar staat “alle” kennis in. Hij bezat wat men noemt een fotografisch geheugen waardoor hij al die kennis ook nog kon opslaan. Hij werd een soort wandelende encyclopedie en verraste menigeen met zijn enorme  kennis. Zo kon hij meteen antwoorden op de vraag “hoe groot de afstand was tussen de aarde en de maan” en niet door de gemiddelde afstand te noemen of een aardige schatting, maar juist de grootste en laagste afstand afhankelijk van hun baan.   Een trieste gebeurtenis voor de kinderen Elon, Kimbal en Tosca was dat hun ouders gingen scheiden. De eerste tijd bleven de kinderen bij moeder Maye  maar later koos Elon ervoor om bij Erroll te gaan wonen. Erroll was een talentvolle ingenieur en leerde zijn kinderen ook heel veel praktische zaken, maar testte ook hun kennis tot het uiterste.  Elon kreeg van zijn vader na enig aandringen, toen hij ongeveer 10 jaar was de thuiscomputer Commodore Vic-20 (met 5 kilobyte geheugen) die in 1980 voor het eerst op de markt kwam. Bij de prijs inbegrepen was een lesboek over de programmeertaal BASIC , waarmee Elon meteen aan de slag ging. In drie dagen en drie nachten had hij alle lessen onder knie, waar anderen zes maanden over deden. In de ogen van zijn vader Errol was het een nutteloos apparaat, want je kon er alleen spelletjes op spelen zoals Pacman enz.  Voor Elon ging echter een nieuwe wereld open.  
Tesla's Assemblagefabriek in Tilburg

Al vroeg had hij belangstelling voor raketten en ruimtevaart mede ook door stripverhalen. Later experimenteerde hij ook met chemicaliën en bouwde ook miniraketten, maar niet zoals in de VS aan de hand van een bouwpakket. Elon knutselde alles zelf met blikken en dergelijke.  Zijn fascinatie met ruimtevaart kwam ook al naar voren in een computerspel dat hij zelf geprogrammeerd had genaamd Blastar. Het was  een videogame dat hij als twaalfjarige schreef en dat al zo complex was dat je wel 60 codes moest kennen om het spel door middel van commando’s te kunnen spelen op een eenvoudige pc. In de antroposofie wordt gesteld dat ieder mens met een missie of opdracht op aarde komt. Bij Elon Musk was die missie kennelijk al vroeg duidelijk, want hij heeft er een groot deel van zijn leven intensief aan gewijd.  Op zijn zeventiende ging Elon naar Canada wat gemakkelijker ging dan naar de VS, omdat hij deels afstamde van een Canadese familie. Een andere reden was dat hij de militaire dienstplicht wilde ontvluchten in Zuid-Afrika.
Na een jaar omzwervingen en allerlei rare baantjes om aan geld te komen ging hij twee jaar studeren aan de Queens University in Ontario, waar hij ook zijn latere eerste vrouw Justine leerde kennen. Musk studeerde Bedrijfskunde (MBA) nadat hij eerder in Zuid Afrika op de Universiteit van Pretoria een aantal maanden natuurkunde en techniek had gestudeerd. Hij bezocht weinig colleges en besteedde meer tijd aan computerspelletjes. Later bezocht hij in 1992,  dankzij een beurs de Universiteit van Pennsylvania,  ook de Wharton School waar hij een graad in economie haalde en nog een bachelor in natuurkunde en had daarmee ook de VS bereikt, waar hij ook perse naar toe wilde. Zijn passie bleek al uit middelbare schoolwerkstukken, zoals een essay en presentatie over “The Importance of Being Solar” en later deed hij dat ook op de universiteit. Zonne-energie is een duurzame bron van energie die onbeperkt aanwezig is. De energie van de zon die dagelijks op aarde schijnt is genoeg voor het jaarverbruik van de hele wereldbevolking. Dat is dus het alternatief voor alle fossiele brandstoffen die eindig zijn en bovendien de aarde schaden bij gebruik (opwarming, CO2 en allerlei  zeer schadelijke fijnstoffen).
 
Later heeft hij twee verschillende ingewikkelde start-up's (Tesla en Space X) geleid waarbij hij niet alleen de algemene leiding  had als CEO, maar zich ook met alle processen en fasen intensief bemoeide. Hij kon ingewikkelde berekeningen in zijn hoofd maken en beschikte over een ongekende hoeveelheid kennis. Daarbij eiste hij ook (bijna) het onmogelijke van ingenieurs. Technisch moest alles veel beter en vooral goedkoper en dat speelde vooral een grote rol bij zijn ruimtevaartavontuur, waar het al snel om miljarden ging.         
Dat dit jochie later in de VS de hele ruimtevaartsector op zijn kop zal zetten  met hele moderne en effectieve raketten (Falcon 1 en 9) en capsules (Dragon) en zelfs de belofte maakt om de planeet Mars te gaan kolonialiseren had waarschijnlijk niemand kunnen bevroeden.  Het lukte Elon Musk ook nog om de draagrakketten weer op een platform te laten landen, zodat ze meerdere malen gebruikt kunnen worden. Dat is andere ruimtevaartmaatschappijen nooit gelukt.    
Met het verdiende geld uit de verkoop van zijn internetbedrijven Zip2 (leverde Musk $22 miljoen op) en PayPal( eerder X.com) kon hij miljoenen gaan investeren in het geheel zelfstandig ontwikkelen van raketten. De verkoop van PayPal aan Ebay leverde Musk (na belastingaftrek) 180 miljoen  dollar op. PayPal is een door Musk ontwikkeld veilig platform voor wereldwijde internetbetalingen voor consumenten en bedrijven. Musk's ambitie was  om eigenlijk één internetbank te creëren, die alle andere banken overbodig zou maken. Dat is echter niet gelukt. 
Musk was ook betrokken bij de oprichting van Solar City, het grootste bedrijf nu, dat in de VS zonnepanelen en installaties levert aan consumenten en bedrijven op een gemakkelijke en klantvriendelijke manier met een gunstige financiële regeling bovendien. Twee broers en neven van Elon hadden de feitelijke leiding. Elon was de grootaandeelhouder en geldschieter.  
 
Alsof de ruimtevaart-uitdaging nog niet genoeg is, heeft hij ongeveer tegelijkertijd ook de auto-industrie op zijn grondvesten laten rammelen met een revolutionaire elektrische auto die oogt als een sportwagen en technische prestaties levert die niemand voor mogelijk hield. Accelereren in 4,2 seconden van nul tot 100 km en een actieradius van wel  450 km met volle accu en een snel-oplaadtijd van 25 minuten of een accuwissel in 20 seconden (voor de prijs van een brandstoftank benzine). Het zwaarste onderdeel zijn de accu’s die in de bodem van de carrosserie zijn vastgemaakt. Om verhitting en overbelasting te voorkomen zijn de accu’s speciaal gekoeld en opgebouwd. Ze wegen ongeveer 600 kg en zijn het zwaarste onderdeel want de carrosserie is van aluminium.  In Augustus 2016 kwam Tesla met een zwaardere accu op de markt met een vermogen van 100 kWh terwijl de eerste generatie 90 kWh had. Daarmee wordt het acceleratievermogen en vooral de actieradius vergroot  naar 505 km terwijl dat eerst ruim 400 km was. Een nieuw setje batterijen kost wel 20.000 dollar. 
De motor zelf is ongeveer ter grootte van een meloen en is tussen de wielen geplaatst. De auto kan 7 passagiers vervoeren en heeft nog zelfs een ruime bagageruimte. Deze Tesla S (staat voor sedan) is oogstrelend en zit vol met snufjes zoals in- en uitklappende portiergrepen en een touchscreen van 17-inch, waar alle autofuncties mee te bedienen zijn (inclusief een auto-assist waardoor de sedan zelfsturend wordt). 
De groot uitgevoerde touchscreen in de middenconsole
 
 Deze auto van € 70.000 - 100. 000 afhankelijk van de extra’s, hoeft nauwelijks voor onderhoud naar de garage en krijgt automatisch updates via de ingebouwde vaste internetverbinding. Musk is daarnaast bezig  een wereldwijd verspreid netwerk van snel-oplaadstations aan te leggen waar een Teslarijder gratis kan opladen in 40 minuten (dus geen brandstofkosten meer).
De 8 snel-oplaadpalen bij van der Valk in Eindhoven
 
 Een elektrische auto is in veel opzichten een veel beter alternatief dan brandstofauto's op benzine, diesel of gas. Los van de (schadelijke) brandstof heb je altijd te maken met heel veel, wel honderden  bewegende delen die slijten en onderhoud vereisen. Een Tesla heeft maar tien bewegende delen en die zitten vooral bij de wielen.  Uiteindelijk zijn in 2015 zo'n ruim 50.000 Tesla's verkocht, maar veel minder dan er vraag was.
Een Zwarte Tesla S met Nederlands kenteken
 
Hoe revolutionair zijn ontwerp ook moge zijn, het is nog geen garantie voor succes.  In het tweede kwartaal van 2016 heeft Tesla nog een verlies gemaakt van $ 293 miljoen tegenover een omzet van $ 1,3 miljard en dat was al het 13e kwartaal op rij met rode cijfers. Toch belooft Musk dat er in de 2e helft van 2016 nog 50.000 nieuwe auto's (model S en X) gebouwd zullen gaan worden wat een verdubbeling is van het aantal in 2015.  In 2016 is Tesla ook met een Model S op de markt gekomen die vierwiel- aandrijving heeft, het model P85D met notabene 700 pk. Daarvoor heeft de auto ook een kleinere elektromotor tussen de voorwielen naast de al gebruikelijke elektromotor die tussen de achterwielen ligt. Door een geraffineerde verdeling van vermogen heeft de auto een prima wegligging en een grote acceleratie.  
 
Alle patenten die het bedrijf Tesla door deze vernieuwende auto heeft verkregen zijn openbaar in de hoop dat anderen snel meer en misschien zelfs nog betere elektrische auto’s gaan bouwen. Zelf gaat Tesla aan de slag met de Tesla X die naar boven klappende portieren heeft, valkenvleugels genoemd en nog een goedkopere versie van de S. Daarnaast heeft hij concrete plannen voor een elektrische vrachtwagen en een elektrische personenbus. 
Op langere termijn zal er een prototype van een amfibievoertuig komen dat over land en in het water vooruit kan, misschien komt er ook nog eens een vliegende auto.
Verder heeft hij het vaste voornemen om een aantal satellieten de ruimte in te sturen voor een baan om de aarde, die kunnen zorgen voor een wereldomspannend, snel internet. Musk denk daarbij aan een investering van 5 miljard dollar en is veel goedkoper dan de hele aarde voorzien van een glasvezelkabel. 
Zeker is dat deze man de wereld een grote stap vooruit geholpen heeft met op zonne-energie gebaseerde technologie. Zie ook http://bedrijfskunde-economie.blogspot.nl/2014/09/ondernemer-elon-musk-meest-invloedrijk.html 
 
 
 
 







 
 
 

 
 
 
 
 

 







 

maandag 25 april 2016

Een andere economie is mogelijk !



Onderstaand artikel is ook gepubliceerd op de website vrijeschoolbeweging.nl en de weblog antroposofie in de pers.



http://www.nearchus.nl/wp-content/uploads/2016/03/voorplat_economie.jpg

 

Ter gelegenheid van de nieuwe uitgave van de “Ökonomischer Kurs” van Rudolf Steiner  die nu verschenen is onder de titel ” Economie. De wereld als één economie” heeft uitgever en publicist John Hogervorst dit voorjaar een twintigtal bijeenkomsten georganiseerd door heel Nederland.
Op 19 april verzorgde hij in dat kader ook een lezing op het Novaliscollege in Eindhoven. In aanwezigheid van zo’n 40 a 50 belangstellenden heeft John een uiteenzetting gegeven van de visie van Rudolf Steiner op de economie, zoals die ook in de voordrachten en vragenbeantwoording in het boek naar voren komt. Steiner kiest voor een fenomenologische aanpak van economische verschijnselen  omdat de economie volledig het resultaat is van menselijk handelen. In de economie gaat het om de productie en verspreiding van goederen en diensten voor de hele mensheid. Hoe we dat doen en met welke grondstoffen en hulpmiddelen is ook mensenwerk.
John Hogervorst (midden) met gastheer Henk Verboom (rechts)

John maakt een terugblik om op een concrete en objectieve manier een product zoals een pot pindakaas te vervolgen vanaf je bord tijdens het ontbijt bij de consument tot en met de winning van grondstoffen (noten) in de natuur door boeren ergens ver weg op aarde. Alles overziende realiseer je je dan pas hoeveel mensen en middelen er wereldwijd bij betrokken zijn, om ervoor te zorgen dat dagelijks in onze behoeften wordt voorzien. Het is daadwerkelijk een wereldomvattend proces  en we kunnen in onze tijd daarom ook terecht spreken van een wereldeconomie. Op een andere manier zou je kunnen zeggen dat je tegenwoordig in de economie altijd voor een ander werkt.  Dat schept verbindingen en is dus een sociale bezigheid, we zijn daarin ook solidair met elkaar  Dat moet dus ook het uitgangspunt zijn in de economie. Hoe organiseren we het economische proces zodat we niemand op aarde tekort doen en zonder de natuur en de aarde te schaden? Het doel is dus een duurzame en solidaire economie te realiseren, voor de mensen nu én toekomstige generaties. De moderne visies zoals een circulaire economie of Cradle tot Cradle benadering streven hetzelfde na.  
Vrije schoolgemeenschap voor Vwo, Havo en Vmbo

Rudolf Steiner constateerde ook al in zijn tijd (rond 1920) dat het kapitalistische systeem al grote nadelen had. Hij zag al hoe in de natuur roofbouw gepleegd werd op landbouwgrond, bossen en mijnen ter verkrijging van grondstoffen en hoe mensen onder erbarmelijke arbeidsomstandigheden ingezet werden in fabrieken en bedrijven.  In de geest van zijn tijd pleitte hij ook voor een soort socialistische benadering van de economie waarbij de grond en kapitaalgoederen  niet in privébezit mochten zijn maar geneutraliseerd en in handen van de gemeenschap of samenleving. Hij was geen voorstander van staatseigendom zoals de marxisten en communisten. Het huidige eigendomsrecht is eigenlijk een heel oud (en achterhaald?) principe dat we te danken hebben aan de Romeinse tijd zo’n tweeduizend jaar geleden. Daar ontstond in het recht het eigenbelang en particulier eigendom. Dit rechtsprincipe is aan vernieuwing onderhevig en moet aangepast worden aan de huidige nieuwe tijd. Wel particulier bezit van prive-spullen, maar niet meer van collectieve goederen zoals landbouwgrond ,  bossen en weiden en kapitaalgoederen. Zo kenden we in Europa lange tijd de Commons als gemeenschappelijke weidegronden, waar de gemeenschap zorgde voor beheer en onderhoud. Wetenschapper Elinor Ostrom kreeg in 2009 als eerste vrouw de Nobelprijs voor de economie voor haar grondige studie van het beheer van deze Commons.    
Grote hal Novaliscollege met belangstellenden

Anders dan in de huidige economie waar het uitgangspunt de concurrentie is, pleitte Steiner juist voor samenwerking en overleg tussen alle economische partijen. Concurrentie kan ertoe leiden dat het recht van de grootste en sterkste gaat overheersen. Je kunt minder draagkrachtige bedrijven het faillissement in duwen of door de mogelijkheid van een financiële overname kun je je opponenten overnemen en zo onschadelijk maken. Uiteindelijk zien we in veel branches en sectoren een beperkt aantal ondernemingen die door hun omvang en macht de markten/consumenten domineren. In wat Steiner een associatieve economie noemde moet er gelegenheid zijn om in verschillende overlegorganen de belangen en kennis van producenten, handelaren en consumenten samen te brengen, af te wegen en besluiten te nemen over kwaliteit , hoeveelheden en prijzen van producten. John geeft als voorbeeld het huidige Japan waar als zo’n 25 procent van de producten gemaakt wordt in opdracht van consumentenkringen. Dat is dus vraag- en juist niet aanbod-gestuurd. Onze westerse economie is juist sterk aanbod-gestuurd en wordt door middel van enorme reclame- en marketinginspanningen  geprobeerd consumenten te verleiden deze producten aan te schaffen. Bij een mismatch tussen vraag en aanbod leidt dat echter tot grote verspillingen.  In de economie gaat het om schaarse goederen en dus is zorgvuldigheid  (lees efficiency en effectiviteit) noodzakelijk.  Bij vraag-gestuurde productie is dat veel vanzelfsprekender.

Overleg en uitwisseling in grote diverse groepen mensen blijkt wel degelijk interessante resultaten op te leveren. In het boek The Wisdom of Crowds wordt aangetoond dat een heterogene groep tot betere oordelen en schattingen komt dan een homogene groep deskundigen. De Amerikaanse economisch journalist en onderzoeker James Surowiecki heeft daar vele voorbeelden van beschreven. 
 Voor wie zou kunnen denken dat een overlegeconomie ouderwets en achterhaald  is, gezien het falen van alle historische communistische voorbeelden, kan toch verwezen worden naar twee moderne wetenschappers Michael Albert en Robin Hahnel, die in hun theorie van Parecon (samentrekking van participatieve economie) ook uitgaan van economische overlegkringen.  
In de Nederlandse biologische dynamische Landbouw en dankzij de inspanningen van o.a. Odin/Estafette worden ook voedingsmiddelen geleverd via zogenaamde groente-abonnementen. Daarbij kunnen consumenten vooraf aangeven wat hun behoefte aan etenswaar zal zijn. Een toezegging vooraf om bepaalde producten in de nabije toekomst af te gaan nemen.  

Een ander belangrijk punt is de totstandkoming van prijzen en de zoektocht naar de juiste en transparante prijs. In de definitie van Steiner( 29 juli 1922): "Een prijs is de juiste prijs wanneer iemand voor een product dat hij vervaardigd heeft, zoveel als tegenwaarde ontvangt dat hij al zijn behoeften (en die van zijn naasten) kan bevredigen totdat hij opnieuw een product zal hebben vervaardigd". 
Dus niet terugkijkend hoelang het heeft geduurd en kijkend naar alle productiekosten, maar juist vooruit kijkend en naar alle behoeften van iemand en zijn familie gedurende een bepaalde tijd.
Deze definitie is echter niet erg praktisch als we bedenken hoeveel mensen en middelen bij ieder product betrokken zijn. Je kunt echter geen scherpe grenzen trekken en dus worden het oneindige rekensommetjes. De juiste prijs is daarmee feitelijk een onmogelijke opgave. Openheid en transparantie met betrekking tot prijzen is echter wel haalbaar en wenselijk. Daar moeten en kunnen we mee beginnen zodat alle economische partijen voortdurend streven naar verdere efficiency (minimale verspilling) en effectiviteit (schaalvergroting en innovatie) zonder afbreuk te doen aan mens en natuur.  

Na een korte koffiepauze was er gelegenheid om vragen te stellen . Het aanwezige publiek maakte daar dankbaar gebruik van met vragen als:
“Is de mensheid als het gaat om bewustzijnsontwikkeling al toe aan een associatieve economie”?

“Hoe berekent John als uitgever (Nearchus) zelf de juiste prijs van een nieuw uitgegeven boek”?
“Wat vind je van het nieuwe boek van Joris Luyendijk en het boek "Kapitaal in de 21e eeuw" van Thomas Piketty”?  

 “Is er in de visie van Steiner ook een belangrijke plaats voor regionale en lokale producten”?
Dankzij John werd het een boeiende avond, die de mensen hopelijk weer wat houvast heeft gegeven.

  


maandag 14 maart 2016

Economie. De wereld als één economie.


Studiegroepje Wereldeconomie.

Eind jaren 90 van de vorige eeuw maakte ik deel uit van een kleine groepje dat onder leiding van economieleraar Kim Lapré regelmatig en nauwgezet de economische voordrachten van R.Steiner bestudeerden. Bij toerbeurt gaf een groepslid na bestudering een inleiding van een hoofdstuk  waarna we de bijzonderheden eruit lichtten en met elkaar bespraken. Dat hebben we langere tijd gedaan en achteraf realiseerde ik me pas hoe bijzonder dat was.
Op een doordeweekse dag vanaf acht uur s’ avonds in de lerarenkamer van de Vrije School Brabant aan de Woenselsestraat in Eindhoven, het heiligdom van iedere vrije school,  met een blackbord in de buurt om schema’s te maken of kringlopen te tekenen. Dat een leerkracht dit er zomaar even bij doet, is niet vanzelfsprekend. Het groepje bestond uit Jan Bok, een economieleerkracht van het Luzac college,  verder Aloïs Soppe een economie-docent van de Erasmusuniversiteit,  daarnaast een zelfstandig ondernemer die een eigen drukkerij had (maar waarvan mij de naam is ontschoten) en mijn persoon als universitair docent van de faculteit Bedrijfskunde van de Erasmusuniversiteit te Rotterdam. De deelnemers waren ouders met kinderen op de Vrije School Brabant (VSB). Kim Lapré heeft zelf economie gestudeerd in Rotterdam en heeft later ook voor de vrije middelbare school in Rotterdam gewerkt en bewaarde er kennelijk goede herinneringen aan. In het kleine gezelschap van voornamelijk economen, was ik als bedrijfskundige het minst theoretisch onderlegd op het gebied van de economie.

Tijdens mijn studie aan de Technische Hogeschool in Eindhoven werd het vak economie gegeven door een vakgroep die deel uitmaakte van Studium Generale  en getentamineerd door middel van volledig geautomatiseerde toetsen.  Je moest je op gezette tijden melden bij een toets lokaal en kreeg dan een batterij multiplechoice vragen. Het ingevulde toets formulier werd na afloop automatisch nagekeken en je kreeg meteen het eindcijfer. In mijn geval was dat meermaals een onvoldoende, omdat ik kennelijk vaak meer interpretaties of alternatieve mogelijkheden zag . Voor mij was het vak economie zeker geen zwart/wit wetenschap, waar je met wiskundige precisie een eenduidige uitkomst kon bepalen. Intuïtief beschouwde ik economie meer als een gedragswetenschap met vele scenario’s. Pas veel later ontdekte ik  dat er in het vakgebied van de economie ook vele stromingen bestaan. Op de Technische Hogeschool en voor de betreffende vakgroep was dat bewustzijn er kennelijk niet. Gelukkig heb ik uiteindelijk toch alle economietoetsen kunnen halen en mijn ingenieursdiploma behaald, al had ik wel een weerzin opgebouwd tegenover het vak.   
Dankzij de begripsvolle benadering van Kim Lapré en ook de cursus macro- economie van Rudolf Steiner is het vak voor mij steeds belangrijker geworden. Steiners’ maatschappijvisie en zeker zijn kijk op de economie, zijn voor mij van grote waarde geworden. Na ruim twee decennia durfde ik zelfs om over de sociale driegeleding een boekje te schrijven  met als titel Trias politica ethica en weer 10 jaar later een tweede boek Solidaire Economie.  
 

Destijds gebruikten we de Nederlandse versie, uitgegeven als klapper met ringband, van Hesperia uit Rotterdam van 1986. Iedere bladzijde was opgemaakt met twee kolommen, waarbij links de oorspronkelijke Duitse tekst stond en rechts de vertaling. De cursus Wereldeconomie zoals de Nederlandse bundel is gaan heten, bestaat uit 14 voordrachten gegeven door Rudolf Steiner van 24 juli tot 6 augustus 1922 aan een klein groepje economiestudenten in Dornach (Zwitserland).  Verder bevat de bundel ook een uitgebreide bijlage met vragen beantwoordingen. De oorspronkelijke titel van Steiner was Nationalökonomischer Kurs dat je eerder zou vertalen met macro-economie of nationaal-economie. Feitelijk kun je wel stellen dat er sinds de 20e eeuw sprake is van wereldomvattende economische processen.  We halen grond- en hulpstoffen overal vandaan en verwerken ze op allerlei plaatsen en verkopen de eindproducten dan weer over de hele wereld. Geld- , goederen- en handelsstromen zijn wereldomspannend en inderdaad mondiaal. De term wereldeconomie is daarom passend voor onze tijd en Rudolf Steiner wilde daar extra de aandacht op vestigen.   Later had Steiner nog een uitgebreidere cursus willen geven aan “practici uit het economie” waarbij je kunt denken aan ondernemers, handelaren en producenten. Helaas is dat niet meer gelukt door zijn vroege overlijden in 1925 op 64 jarige leeftijd.    

Wat mij persoonlijk ook zeer aansprak in zijn benadering waren de verschillende kringlopen die hij beschreef tussen kapitaal, natuur & arbeid, maar ook tussen geest, arbeid & natuur en de bijbehorende stromen van koopgeld, schenkgeld & leengeld. Voor mij scheen dat natuurlijk en organisch, bijna vergelijkbaar met de bloedsomloop in het menselijk lichaam.  
Verder vond ik het vooral interessant omdat hij de economie niet als afzonderlijk vakgebied beschreef maar juist in samenhang plaatste met de andere maatschappelijke gebieden van het rechtsleven en het geestesleven.  Deze visie heet sociale of maatschappelijke driegeleding. Rudolf Steiner heeft ook aangegeven dat het idee van de driegeleding van de maatschappij ook afgeleid was van de driegeleding van het lichaam.  Deze verbinding van economie met politiek, geesteswetenschap en maatschappijleer is te danken aan Rudolf Steiner. Op een zelfde manier verbond hij economie met bedrijfskunde. Zijn visie op samenwerking in de economie in plaats van concurrentie, van overleg tussen alle economische partijen in plaats van strijd en zijn vorm van associatieve economie is uniek en verhelderend.

Een inbedding van de economie in het geheel van de samenleving is bijzonder belangrijk. Als het evenwicht namelijk verstoord is, heeft dat zeer ongewenste gevolgen. Je zou kunnen zeggen dat wij nu in de 21e eeuw te maken hebben met een overheersing van de economie  over de politiek, het rechtsleven en het overige sociaal maatschappelijke leven. Bij die laatste categorie horen kunst, wetenschap, onderwijs en cultuur.  
Binnen de economische wetenschap is Steiners’ economie een middenweg tussen kapitalisme en communisme. Geen persoonlijk eigendom van de productiefactoren grond en  productiemiddelen (kapitalisme), maar ook geen overheidseigendom zoals bij het communisme. Bedrijven en productiemiddelen zijn van de samenleving, van ons allemaal of anders gezegd zijn “publiek bezit” en niet verhandelbaar. Daarom moet het eigendom van deze economische goederen onteigend of geneutraliseerd worden, bijvoorbeeld via  stichtingen of verenigingen. Enig logisch nadenken en het is volkomen helder dat de voortbrengselen van wetenschap en economie nooit kunnen toebehoren aan personen maar juist van de hele gemeenschap zijn. In de moderne economie is het belangrijkste kenmerk juist dat niemand voor zichzelf werkt, maar per definitie voor een ander. De voor-  middeleeuwse  tijd van zelfverzorging van een klein boertje, die alles zelf maakt en zelf samen met zijn gezin ook verbruikt is definitief en endgültig  voorbij.

Dat Steiner de solidaritieit als belangrijkste principe voor de economie ziet is kristalhelder. In de economie gaat het om het bevredigen van de menselijke behoeften, daarom werken we voor de ander, produceren we goederen en diensten voor de ander dichtbij of ver weg.            We delen de gezamenlijke opbrengsten van de planeet, via economische processen  en dat moet rechtvaardig verdeeld worden en dat noemen we dus solidair.  
 
boekomslag
De nieuwe uitgave van dit werk van R.Steiner, onder de titel: “Economie. De wereld als één economie”,  bij uitgeverij Nearchus in een gebonden boekwerk  maakt het weer voor vele mensen mogelijk om zich opnieuw te laten inspireren, nadat het jaren niet meer in een Nederlandse vertaling verkrijgbaar was.