donderdag 25 januari 2018

Do or Don’t “Donut Economy” ?


 

 
De Britse econome Kate Raworth heeft veel media-aandacht gekregen. Vooral door de Tegenlicht-uitzending over haar nieuwe boek Donut Economy.Woensdag 14 februari komt er ook een Tegenlicht MeetUp-040 bijeenkomst in Eindhoven rondom dit thema.
Het Eindhovens Dagblad (11 januari 2018) heeft uitgebreid aandacht besteedt aan deze vernieuwende visie. Bij de verschijning van de Nederlandse vertaling heeft ze op verschillende plaatsen voor volle zalen lezingen en discussiebijeenkomsten gehouden. Zie ook https://www.ed.nl/economie/de-economie-is-als-een-donut~a4b7fe90/

De eerste indruk is verfrissend en inspirerend omdat zij laat zien dat de economie eigenlijk aan twee kanten begrensd moet worden. Enerzijds moet de economie  iedereen, wereldwijd voorzien van de noodzakelijke basisbehoeften zoals eten, huisvesting en  kleding. Dat is een fundamenteel en universeel mensenrecht.  Anderzijds mag de totale mondiale economie geen bedreiging vormen of  schade toebrengen aan de planeet, het milieu en de biodiversiteit. We moeten ons gedragen als rentmeester van de planeet aarde en daarbij denken aan enerzijds een groeiende wereldbevolking en daarnaast aan toekomstige generaties. Uiteraard zal ieder weldenkend mens het hier mee eens zijn.  

De fundamentele vraag is echter of dit de kenmerken zijn van een gezonde economie of van een vitale, duurzame samenleving? Met andere woorden kan de economie hier zelf voor zorgen of is het juist de overheid en de mondiale overlegorganen die deze grenzen politiek en juridisch moeten vaststellen/bewaken en de vrijheid van de economie dus moeten inperken. Raworth geeft voorbeelden van aanvullende, complementaire valuta die in steden, regio’s en soms grotere gebieden gebruikt worden als aanjager van een lokale economie. Prima en zinnig, maar feitelijk is dat een financieel instrument dat de economie kan stimuleren of afremmen. Dus meer een zaak van politieke economie of politieke filosofie dan van de economie als zodanig.
 

                             torus-energie
 
 
 
Het gekozen beeld van de donut is een sterk aansprekend beeld omdat deze vorm, de torus,  een fundamenteel energieprincipe is dat we terugzien in het atoom, bij de mens, de aarde en zelfs ons sterrenstelsel. Het is het meest fundamentele stromings- of energieprincipe. Als dit een kenmerk is van de natuur met al haar energetische, ecologische en biologische kringlopen dan is het zeker ook goed voor de economie moet Raworth gedacht hebben. Een gesloten kringloop is ook de basisfilosofie is van Braungart en McDonough in het boek “Cradle to Cradle”.  
De in de Nederlandse editie van Donut Economy beschreven “zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw" zijn echter zeer divers en zeker geen effectief pad naar een ideale donuteconomie. Feitelijk zijn het losstaande thema’s, die ze bespreekt. Zo heet een hoofdstuk “Alle mensen zijn economen”. Interessant maar helaas leidt deze constatering niet tot een snelle verandering en is het zeker geen garantie voor een regeneratieve en distributieve economie.  
Een ander hoofdstuk luidt: "Wees agnost als het om groei gaat". De wereld en de beschikbare grondstoffen, waterhoeveelheden en vruchtbare grond zijn eindig en dus kan ook de groei van de economie niet oneindig zijn. Terecht en dat sluit ook aan bij de visie van de Club van Rome, waar Raworth lid van is. De dieperliggende vraag is echter of dit ook voor bedrijven geldt, die actief zijn in de economie. Mogen zij ook niet groeien? Ook niet als zij hun processen en producten volledig duurzaam hebben gemaakt en een toonbeeld zijn van een circulaire economie? De strikte aversie tegen groei is wat overdreven. In "Cradle to Cradle" lezen we juist dat overvloedigheid, groei en bloei gezonde kenmerken zijn, met als voorbeeld de kersenbloesem.
Woorden als kapitalisme, socialisme of communisme komen niet voor in het boek. Karl Marx wordt vier en neoliberalisme wel veertien keer genoemd.
Inkomens- en Vermogens(verdeling)vraagstukken zijn natuurlijk heel belangrijk zoals Piketty en Wilkinson & Pickett hebben aangetoond. Raworth noemt ze wel. Belastingen en premies zijn echter fiscale, politieke en juridische vraagstukken en gaan verder dan de economie zelf. 
 
Volgens eminence grise Jan Terlouw is juist het kapitaal het hoofdprobleem in onze tijd. Als 1% meer vermogen heeft dan de helft van de wereldbevolking tezamen dan is dat wel een probleem, want wat doen ze met dat geld? Terlouw gaf ook aan dat in de meeste markten sprake is van een oligopolie, waarbij een heel klein aantal bedrijven grotendeels de marktmacht in handen hebben en de consument vrijwel berooid achterlaten. Niks vrije markt of volledige mededinging en dus ook geen optimaal evenwicht van vraag en aanbod. Raworth's benadering is echter geen directe aanval op het neoliberalisme en marktdenken. In haar conclusies mogen particulieren, ondernemers, bedrijven en de overheid allemaal bijdragen aan de donut economie.
  Echte economische onderwerpen als een rechtvaardige prijs, samenwerking of concurrentie worden nauwelijks besproken. Ga verder experimenteren met eigendomsvraagstukken & bedrijfsstatuten en verander zo "het DNA van het bedrijfsleven" is dan het motto van Raworth. Dat is een vrij open oproep, maar geeft ons geen duidelijke richting op de korte termijn.
 
Hoe relevant en zinnig het boek Donuteconomie is om mensen te interesseren voor de economie, het lijkt toch te ontbreken aan enige urgentie en concrete stappen naar de zo vurig gewenste donuteconomie.                 


vrijdag 30 juni 2017

Het dilemma van de juiste prijs.


Een zoektocht.
Wanneer is er sprake van een rechtvaardige, juiste of eerlijke prijs voor een product of dienst? Hoe bepaal je die dan, oftewel welke kosten neem je mee ? Wie bepaalt de prijs?  Het is een interessante uitdaging om hier een weg in te vinden.  
Tijdens mijn studie Technische Bedrijfskunde aan de Technische Hogeschool in Eindhoven gedurende de periode 1977-1984 kreeg ik meerdere vakken op het gebied van economie. De belangrijkste waren algemene economie en daarna voornamelijk bedrijfseconomie. Bij het vak algemene economie kreeg we allerlei macro-economische modellen voorgeschoteld  vanuit een meer liberale kapitalistische visie. In een ideale open marktsituatie met volledige mededinging zal de beste prijs ontstaan op het snijpunt van vraag- en aanbodcurve. Dat betekent veel aanbieders en veel vragers naar een product zoals brood of melk. In de praktijk weten we dat dit zeker niet het geval is. Door samenwerking en centralisatie proberen aanbieders een front te vormen en kunnen zo hun prijs opleggen.
Later in de studie kregen we in het vak bedrijfseconomie meer inzicht in de vaststelling van kostprijzen en verkoopprijzen in bedrijven. Een onderneming kijkt terug in het productieproces en legt vast hoeveel kapitaal is ingezet via grondstoffen, halffabricaten, energie, machines, productiemedewerkers (allemaal directe kosten) en overhead (indirecte kosten) om een bepaald aantal eindproducten te maken. Daaruit ontstaat de kostprijs waarna met een opslagpercentage  een verkoopprijs tot stand komt. Deze methode heet opslagmethode. Later leerden we ook de methode van integrale kostprijsberekening, nog later activity based costing (ABC).  Zonder in detail in te gaan op de verschillen en situaties waarin ze afhankelijk van het soort productieproces kunnen worden ingezet, hebben ze allemaal gemeen dat er gecalculeerd wordt op basis van realisatie, dus altijd terugkijkend in de tijd.
Toen ik begin jaren tachtig in aanraking kwam met de vrije school heb ik me aangesloten bij een studiegroep onder leiding van economieleraar Kim Lapré, die de economiecursus van Rudolf Steiner uit 1922 ging bestuderen. Kim is 12 oktober 2017 op 81-jarige leeftijd overleden.
Steiner ging toen in op de gangbare theorie van Adam Smith over prijsvorming zoals ik hierboven bij de algemene economie heb beschreven. Hij kiest er ook voor om vooral het accent te liggen op economische kringlopen en dat past gevoelsmatig ook beter bij de natuur met haar ecologische kringlopen. In de 6e voordracht komt Steiner met een verrassende  definitie: “De juiste prijs is die prijs waarbij iemand voor een product dat hij vervaardigd heeft, zoveel als tegenwaarde ontvangt dat hij in de som van zijn behoeften (én die van zijn gezin)  kan voorzien tot hij opnieuw eenzelfde product zal hebben vervaardigd”.
Laten we het voor de eenvoud houden bij een schoenmaker die een paar schoenen kan maken. De prijs die hij daarvoor moet vragen is dan het benodigde inkomen gedurende de tijd dat hij erover doet om weer een paar schoenen te maken. Het opvallende daarbij is dat hij dus vooruit (naar de nabije toekomst) moet kijken, maar dat de productiekosten feitelijk ontbreken. Tenzij je de behoefte van de schoenmaker daarbij zo ruim interpreteert dat je daarin ook de grondstoffen(leer, garen, lijm, zolen, machines en energie terugziet. Dat nog is het zeer complex, omdat je in een glazen bol kijkt.
Steiner realiseert zich dat ook want hij stelt (op blz. 92 onderaan):  Wanneer u namelijk louter het verleden bekijkt en ook statistisch alleen op het verleden  terugblikt, dan zult U kunnen bewijzen dat de geestelijke arbeid met betrekking tot het verleden en al datgene wat een directe voortzetting van het verleden eigenlijk onproductief is. Vanuit het verleden naar de toekomst is in materiele zin alleen de pure materiële arbeid, ook in het economische proces met haar vervolg, als productief te zien".  `Geheel anders is het wanneer u de toekomst bekijkt- en economisch handelen betekent nu eenmaal toewerken van het verleden naar de toekomst’.  
De opnieuw uitgebrachte cursus economie van R.Steiner
 
Daar komt bij dat de som van zijn behoeften ook moeilijk exact zijn vast te stellen. Wat hoort daar allemaal bij ; eten, kleren, huis, interieur, huisgerei , medicijnen, ontspanning, rookgerei, alcoholische dranken, reisjes, theaterbezoek? Een lastig optelsommetje.
Deze methode heeft wel als voordeel dat ze wel extra veilig is , omdat materiaalkosten zoals het leer, of energiekosten plotseling kunnen stijgen en dat kun je dan meenemen in de prijs.  Anderzijds moet hij vooraf aangeven, hoe lang hij over het maken van een nieuw paar schoenen zal doen, want er speelt ook nog zoiets als een kostenervaringskromme. Dit economisch principe stelt dat iemand die een bepaalde klus steeds vaker doet ervaring opbouwt en zo steeds sneller en beter een product zal maken. Een efficiëntievoordeel dus, waardoor de schoenmaker dus steeds een lagere prijs/vergoeding zou moeten gaan vragen.   Toch blijft deze prijsdefinitie ook vanuit andere gezichtspunten heel lastig. Wat wordt de prijs als de schoenmaker in het weekend geen schoen maakt of een week ziek wordt? Neemt dan de verkoopprijs opeens exponentieel toe?
In beide visies worden arbeidskosten, een week- of maandloon en ondernemersinkomen  meegenomen als productiefactoren en ook meegerekend in de prijzen. Wat de juiste prijsbepaling nog extra complicerend maakt is dat de kapitaalkosten deels bestaan uit kosten van de grond en eventueel het gebouw zoals huur- of hypotheekkosten van het bedrijfsgebouw. Deze productiemiddelen zouden volgens Steiner niet in eigendom en dus niet gekocht moeten kunnen worden, omdat ze sterk prijsopdrijvend werken.  Deze bedrijfsmiddelen zouden tegen een soort gebruiksrecht of pacht te beschikking moeten worden gesteld. Dan werkt het niet prijsopdrijvend.  
Op andere plaatsen heeft Steiner duidelijk aangegeven dat de mens geen productiefactor is en daarom dat het loon of inkomen vastgesteld moet worden in het rechtsgebied en niet in het economisch verkeer of gebied. De waarde of het loon van een arbeider moet niet de uitkomst zijn van vraag en aanbod alsof het een economisch product is. In de prijsvisie van Steiner wordt wel een soort van behoeften-inkomen centraal gemaakt en juist afhankelijk gemaakt van het economisch proces. Dat lijkt erg strijdig met elkaar. 
Verder heeft Steiner ook aangegeven dat als de prijs te laag is (dus niet de juiste prijs) iedereen armer wordt en als de prijs te hoog wordt dan moeten associaties groter gemaakt worden. Elders in de cursus en ook op andere plaatsen heeft Steiner juist een ander waardevol principe uitgewerkt waarbij niet de volledige concurrentie of mededinging het uitgangspunt zou moeten zijn, maar juist de samenwerking. En dan niet alleen die tussen producenten onderling want daardoor zou monopolie- of oligopolievorming kunnen ontstaan en dus tot prijsafspraken kunnen leiden.      Steiner bedoelde juist overlegorganen, associaties, tussen producenten, handelaren en consumenten. Daar moeten in open uitwisseling en onderhandeling afspraken gemaakt worden over hoeveelheden, kwaliteit en prijs van een product voor een bepaald gebied en voor een bepaalde periode. Consumenten moeten aangeven wat zij ervoor over hebben en producenten en handelaren moeten nagaan of zij het voor die prijs kunnen maken en leveren. De prijs is dan weer het optimum tussen vraag en aanbod. Associaties zijn er voor bepaalde regio’s die een zekere omvang hebben maar dat moet in de praktijk zelf blijken. Dat kan dus ook als gevolg hebben dat prijzen per regio kunnen verschillen.
We zouden graag ook transparantie willen als het gaat om prijzen en prijsopbouw. Om van het vervelende rekenwerk af te zijn, al dan niet op basis van historische dan wel toekomstige kosten, kunnen we het prijsdilemma dus maar beter overlaten aan associaties. Daar worden   de prijzen voor een bepaalde periode in de praktijk vastgesteld als evenwichtspunt tussen de vraag van consumenten of de markt en het aanbod door producenten en handelaren.
 
Een actueel vraagstuk is momenteel de transparantie rondom de prijzen van een product. Biologische boeren klagen er bijvoorbeeld over dat hun producten wel eerlijke prijzen hebben omdat zij het ,milieu, de natuur en de maatschappij geen schade berokkenen. Gangbare boeren gebruiken extra chemicaliën, pesticiden en kunstmest die de bodem uitputten en ook het grondwater en milieu aantasten. Uit verschillende metingen blijkt ook dat de voedingsstoffen die erin zitten veel lagere concentraties hebben. De monoculturen en grootschaligheid in de gangbare landbouw verkleint ook de biodiversiteit en draagt minder bij aan de voedingsgezondheid. Samenvattend betekent dat de gangbare producten eigenlijk veel te lààg geprijsd zijn, omdat de externe en maatschappelijke kosten niét worden meegerekend. Daarom hebben de biologische boeren recent gepleit voor het afschaffen van de BTW op hun producten. Dat zou de vergelijking enigszins eerlijker maken.
 
 
 
Het bedrijf Eosta, heeft onder leiding van directeur en oprichter Folkert Engelsman dit jaar een nieuwe calculatiemethode ingevoerd onder de internationale term "True Cost Accounting", waarin alle kosten incl. milieukosten en CO2 uitstoot zijn meegenomen. Dit jaarrapport  is aangeboden aan Prins Charles en ook aan directeur Peter Bakker van het World Business Council for Sustainability (VN-orgaan). Dit leidde er mede toe dat pionier Folkert Engelsman in 2017 uitgeroepen is tot meeste duurzame ondernemer van 2017 (Trouw).  Dit zijn allemaal stappen richting een eerlijke, transparante prijs waarbij duurzame producten nog extra voordelen hebben.       

zondag 2 april 2017

Wat ging er mis in Venezuela.

Hugo Chávez, de voormalige president van Venezuela
 De Linkse hervormingen van Chávez in Venezuela.
In een recente aflevering van de serie "Reizen Waes" bezoekt de Vlaamse televisiemaker Tom Waes het land Venezuela, dat berucht is vanwege zijn hoofdstad Caracas, waar het meeste aantal moorden ter wereld worden gepleegd. Veilig in een terreinwagen en onder begeleiding van een gids en bodyguard rijden ze door de straten van wat oogt als een moderne, rijke stad met veel hoge gebouwen. Opeens echter zien we enorm lange rijen mensen wachtend, urenlang voordat zij in een winkel wat eerste levensbehoeften kunnen kopen. Aan een man die net uit de winkel komt vragen ze wat hij gekocht heeft. “Een pak koffie” zegt hij , “maar ja zonder suiker en melk heb je er ook niks aan en juist die spullen hadden ze niet”. Hij had ook zeep gekocht maar daarbij was ook het probleem dat er vaak geen water was. Daarvoor heeft hij vele uren in de rij moeten staan. De situatie wordt nog schrijnender als we zien hoe westerse valuta omgeruild worden voor de lokale bolivar. Een bedrag van € 1000 betekent in praktijk twee sporttassen vol papiergeld. Dat heet hyperinflatie zoals Duitsland dat ook kende in de jaren dertig van de vorige eeuw. De prijzen voor de dagelijkse benodigdheden veranderen van dag tot dag. Waar ging het mis met dit prachtige, welvarende land, waarvan gezegd wordt dat er zich voor de kust de grootste olievoorraden van Zuid-Amerika  bevinden? Benzine is  daarom nu ook spotgoedkoop, al zijn er relatief weinig auto’s in de miljoenenstad Caracas.
De Oppervlakte van het land bedraagt ruim 912.000 km2 en dat is ruim 20 keer zo groot als Nederland. De bevolking telt ongeveer 31 miljoen burgers en dat is minder dan 2 keer zoveel als dat er Nederlanders zijn.
In 1821 werd het land na enkele jaren van burgeroorlog onder leiding van “vrijheidsstrijder en revolutionair”  Simón Bolivar definitief onafhankelijk van Spanje na honderden jaren van overheersing. De lokale valuta is naar deze man genoemd en ook de hoogste berg (uitloper van het Andesgebergte) van 5007 meter hoog heet Pico Bolivar. Het land heeft een grote diversiteit aan landschappen met bergen,  regenwouden en grote vlakten van de Orinoco delta, maar ook de hoogste waterval ter wereld,  de Angelwaterval van bijna 1000 m hoog.  Het land kent ook het grootste binnenmeer van Zuid-Amerika, het meer van Maracaibo.                                                  In 1830 werd het een onafhankelijke republiek. De 19e en 20e eeuw werden gekenmerkt door perioden van politieke instabiliteit, dictatoriaal bewind en revolutionaire onrust.  Tot aan begin 20e eeuw was het land gericht op landbouw. In 1914 vond de Koninklijke Olie (later Shell) olie nabij het meer van Maracaibo  en in 1920 een enorm olieveld La Rosa. Vanaf die tijd konden 100.000 vaten aan olie per dag naar boven gehaald worden. De productie steeg explosief van 1,4 miljoen vaten in 1921 tot 137 miljoen vaten  in 1929. In 1960 werd op initiatief van Venezuela de OPEC opgericht als organisatie van olieproducerende landen. Aan het begin van de 21e eeuw was het land de 5e grootste exporteur van olie in de wereld. Het zorgt voor bijna 85% van de exportopbrengsten.     
In 1992 vond een mislukte staatsgreep plaats die georganiseerd was door Hugo Chávez, iemand van Indiaanse afkomst. Daarna werd hij gevangen genomen en verbleef enige jaren in de gevangenis. Na zijn vrijlating stelde hij zich kandidaat voor het presidentschap en werd ook in 1998 gekozen. Zijn nieuw gevormde verenigde socialistische partij nationaliseerde in stappen en over een periode van meerdere jaren de oliemaatschappij tot staatsbedrijf Petróleos de Venezuela met 51% van de aandelen in handen van de overheid. Dat om ervoor te zorgen dat de olie-opbrengsten ten goede kwamen aan de bevolking. Dit was tegen het zere been van de westerse oliemaatschappijen en in 2002 vond wederom een mislukte staatsgreep (met steun vanuit de VS) plaats, maar nu tegen Chávez.  Daarnaast wilde Chávez ook de Centrale Bank van Venezuela nationaliseren.
wapen van Venezuela
Kort na zijn aantreden als president schreef hij een landelijk referendum uit om een grondwettelijke vergadering samen te stellen uit vertegenwoordigers van heel Venezuela inclusief inheemse stammen. Dat referendum haalde een ruime meerderheid en zo ontstond een nieuwe grondwet . Hij lanceerde ook het ambitieuze Plan Bolivar 2000 als programma voor sociale voorzieningen en om de armoede te verlichten. Meer dan 70.000 militairen moesten de bevolking gaan helpen met repareren van ziekenhuizen en wegen en moesten gratis medische zorg bieden.      Een andere missie van Chávez was het uitbannen van analfabetisme.  Voedsel moest tegen lage prijzen bij wet vanaf 2003 aangeboden worden in speciale opgerichte staatswinkels. Zo wilde hij zwarte markt, speculatie en inflatie tegengaan. Hij richtte daarvoor het verdelingsnetwerk Mercal op. Uiteindelijke doel was om onderwijs en gezondheidszorg voor iedereen gratis en toegankelijk te maken en armoede te bestrijden. Daarvoor heeft Chávez ongeveer $ 440 miljard in het land geïnvesteerd. 
Door wetgeving heeft Cháves geholpen bij het opzetten van wel 100.000 bedrijven op coöperatieve grondslag met kredieten en technische opleidingen. Hij heeft ook geprobeerd het grootgrondbezit van land in Venezuela aan te pakken.  Venezuela heeft een tropisch klimaat en dat betekent dat je jaarlijks twee en soms drie keer kunt oogsten. Het kweken van tropisch fruit en een overdaad aan groenten is op veel plaatsen mogelijk.  
Door de enorme sociale programma’s kreeg de economie het soms moeilijk. In 2014 bereikte het BNP het bedrag van $ 206 miljard  en dat was 1/3 lager dan de $ 298 miljard uit 2012.  Mede door de sterk afnemende olieprijs daalde de opbrengsten van de olie-exporten. In 2014 bedroegen de exportopbrengsten  $ 80,7 miljard waarvan $ 77,8 miljard afkomstig waren van de olie. In 2014 was er nog een overschot op de handelsbalans van $ 30 miljard. Toch groeide de economie ook, want de sojaproductie steeg met 885% in 10 jaar tijd tot 54.400 ton. De rijstproductie steeg met 84% in diezelfde periode tot 1,3 miljoen ton. De melkproductie steeg met 47% . En de calorie-inname van het hele volk steeg met 130% over 13 jaar. Het land en zijn bevolking en economie tegelijkertijd ontwikkelen kan dus wel en Chávez heeft het bewezen.
Gedurende de jaren 2009 – 2015 schommelde de werkeloosheid tussen de 7,2 en     8,5%  hetgeen niet echt slecht is. De staatsschuld bedroeg ongeveer 50% van het BNP en is ook niet schrikbarend.  Het overheidstekort liep wel op tot 18,6%, maar het ergste probleem is de oplopende inflatie tot wel 122 % in 2015.  Daar ligt een enorm groot gevaar en dat wordt misschien ook nog eens extern veroorzaakt door grote internationale banken die bewust valuta van kleinere landen aanvallen en in waarde laten kelderen.    
Chaves maakte afspraken met Cuba waardoor olie tegen een gunstig tarief gegeven werd in ruil voor 20.000 artsen en leraren (later 40.000), die in Venezuela kwamen werken.  Samen met andere linkse leiders van Zuid-amerikaanse leiders zoals Lula da Silva uit Brazilië, Evo Morales uit Bolivia , Rafael Correa uit Ecuador en Fernando Lugo uit Paraguay vormde hij de Bolivariaanse Alliantie en richtte de regionale Bank van het Zuiden op, om minder afhankelijk te zijn van de door het Westen gedomineerde Wereldbank en het IMF.  9 December 2007 is de officiële oprichting van deze Banco del Sur met 7 deelnemende Zuid-Amerikaanse landen. Het bijzondere van deze bank is dat de deelnemende landen een gelijk stemrecht hebben, ongeacht hun financiële inbreng of grootte. Kredieten zijn bedoeld om de regio te versterken en economische integratie te realiseren van "de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties"(in totaal 12 landen waaronder ook Suriname). Men wilde later zelfs een gemeenschappelijke munt gaan voeren en noodfondsen aanleggen voor natuurrampen.  Het startkapitaal was echter zeer beperkt met $ 7 miljard.
Chávez predikte het Socialisme van de 21e eeuw, zoals hij het zelf noemde en liet zich beïnvloeden door de geschriften van Marx, Lenin, Bolivar maar ook Noam Chomsky en (als katholiek) ook door de historische revolutionair Jezus Christus.
Chávez trad wekelijks op bij een radiozender en ook bij de door hemzelf opgerichte staatstelevisie. Zo kon hij in direct contact treden met de bevolking. Ook gebruikte hij Twitter, dat in 2015 zelfs nog ruim 4 miljoen volgers telde. Hij zorgde ook voor beschikbaarheid van computers en internet en richtte daarvoor infocenters op, waar men gratis gebruik van kon maken. In maart 2010 waren er al 668 van dergelijke centra.
In het westen maakte hij zich niet populair door westerse leiders , zoals Bush, Blair en Merkel uit te schelden.  Tijdens zijn beruchte toespraak voor de VN liepen veel toehoorders demonstratief weg. Voor  Zuid-Amerika heeft hij echter veel betekent. Soms kon hij op enige roem rekenen. Zo plaatste het Engelse tijdschrift The New Statesman in 2006 Chávez op de 11e plaats van “Helden van onze tijd”. Time plaatste hem in 2005 en 2006 op de lijst van 100 meest invloedrijke personen. Hij kreeg ook vijf eredoctoraten.   
Het volk bleef Cháves steeds steunen totdat hij overleed in 2013 op 58-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker.   Zijn opvolger Nicolás Maduro, was al jaren steun van Chávez bij de beweging die hem het presidentschap bracht. Hij was al voorzitter van het parlement in 2005 en minister van buitenlandse zaken van 2006-2013. Vanaf 2012 was hij ook vice-president onder Chavez en later dus zijn opvolger. De sterk stijgende prijzen, het tekort van basisgoederen maakt dat de steun voor Madura helemaal afbrokkelt . Na de parlementsverkiezingen in 2015 heeft de oppositie de 2/3 meerderheid gekregen en is de macht van de socialistische president sterk verzwakt.  Wat in 13 jaar door Chaves is opgebouwd, lijkt volledig in elkaar te storten en dat is een menselijk en enorm sociaal drama.  Corruptie en sabotage brengen het land aan de afgrond. Begin 2018 kwam Venezuela opnieuw in het nieuws omdat president Madura de export naar de ABC-eilanden had verboden. Toevallig zijn dat "onze" eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao. De argumentatie was dat veel waardevolle goederen op die manier uit Venezuela werden gesmokkeld. Vanuit het westen en ook Nederland kwam er veel kritiek op dit besluit. Een paar dagen later kwam er in het Eindhovens Dagblad een groot artikel waarin dit verhaal feitelijk toch werd bevestigd. Het was namelijk gebleken dat er op grote schaal illegaal goud wordt gedolven in de binnenlanden en illegaal wordt geëxporteerd. Zelfs voor een bedrag van een half miljard per jaar.  In de importstatistieken van de ABC-landen vinden we dat inderdaad niet terug.  
De dieper liggende vraag is echter hoe deze onrust is ontstaan en wat de rol van de VS hierin is geweest en nog steeds is. De VS hebben de buitenlandse tegoeden van Venezuela geblokkeerd en de regering kan door een blokkade niet zomaar op de internationale geldmarkt. De import wordt daardoor erg moeilijk en daar is het land wel van afhankelijk. Zijn het geheime undercover acties van de CIA om het land te destabiliseren en het later weer onder de "invloedssfeer van de VS te brengen". Kan de VS dit bewezen socialistische succes in Zuid-Amerika niet tolereren ? Dit is een voor sommigen vreemd scenario, maar het is wel een historisch voorbeeld als je kijkt wat er 60 jaar geleden in Iran is gebeurd. Lees hier het hele verhaal.
     
Vlag van Venezuela
  Zoekend op internet kwam ik terecht bij een website www. handsoffvenezuela.org, waar in meerdere talen verschillende artikelen staan over de ontwikkeling van het land. Het laatste, in het Nederlands, geschreven artikel heeft de titel "Waarom is Venezuela in crisis" en met die vraag begon ik ook.  https://www.handsoffvenezuela.org/nederlands/

woensdag 22 maart 2017

Centrum-linkse coalitie heeft voorkeur

Onderstaand artikel is ook gepubliceerd als ingezonden opiniestuk in het ED van zaterdag 25 maart 2017 (katern Regio blz. 23).
 
 
 
 
Coalitieregering zwaar afgestraft.
De bevolking heeft met een opkomst van bijna 82%, tijdens de Tweede Kamerverkiezingen duidelijke taal gesproken. Ondanks de mooie praatjes over een sterkere economie, gezondere overheidsfinanciën, afnemende werkeloosheid dankzij het strenge regeringsbeleid van saneringen en bezuinigen de afgelopen jaren, beleven  burgers dat heel anders. Afnemende ouderenzorg, toenemende zorgkosten, betaald hoger onderwijs, bezuinigingen op cultuur, toenemende flexbanen en baanonzekerheid is wat de kiezers echt hebben kunnen ervaren. Geen wonder dat de PvdA daarvoor de grootste klap moest incasseren van 38 naar 9 zetels , een historisch record.  Maar ook de VVD liep schade op met een verlies van 8 zetels tot het huidige aantal van 33 zetels. Toch blijft de VVD een redelijk stabiele achterban houden met loyale steun van de categorie best betaalde burgers en ondernemers.
De kiezer wil echter verandering. Dat blijkt wel uit de flinke groei voor de oppositiepartijen D66, CDA, GL maar ook de groei bij kleinere partijen zoals Partij voor de Dieren, Christen Unie,  50 Plus  en zelfs de zetels voor de nieuwe partijen Denk en Forum voor Democratie.
Voor buitenlandse media geven deze uitslagen nog een ander beeld. Het tot staan brengen van de populistische eenmanspartij van Wilders. Na jaren van groei bleef het aantal zetels nu steken op 20 en is dus zeker niet de grootste partij in Nederland.  Rutte heeft Wilders , die uit de VVD afkomstig is, altijd extreem links genoemd, maar het stemgedrag de laatste jaren laat een heel ander beeld zien De PVV is eerder extreem rechts op sociaal economische thema's en hoort zeker niet in een linkse regering.   
 
Helaas lijkt de boodschap nog niet echt doorgedrongen in Den Haag en wil men op de oude voet doorgaan. Natuurlijk heeft de VVD de meeste zetels en mag nu als eerste proberen via een verkenner verschillende coalities te onderzoeken. Daarbij gaat men allereerst uit van het kleinste aantal benodigde partijen om getouwtrek later te voorkomen.


Opties
De eerste mogelijkheid is dan met VVD, CDA, D66 en CU  en samen 76 zetels. De andere optie is VVD, CDA, D66 en GL, samen 85 zetels. Met de tweede optie worden nu verdere verkenningen gedaan, al moeten we vooral niet vergeten dat de onderlinge verschillen tussen deze vier partijen zeer groot zijn. D66 en vooral ook het CDA hebben in de verkiezingsdebatten grote afstand genomen van de coalitie van VVD en PvdA. Zeker GL, als sterk in opkomst zijnde milieu- en sociale partij, wil echt het roer omgooien en hele andere keuzes maken. Op zeer veel punten staan ze haaks tegenover elkaar, zoals de VVD en PvdA na de vorige verkiezingen.  Deze verschillen overbruggen vereist een zeer ingewikkelde spagaat, die op drie fronten moet slagen. Het is een nog veel moeilijkere opdracht, dan bij de vorige regering. We moeten het gewoon ook niet willen en er is ook een beter alternatief. Het aantal partijen in een coalitie hoeft geen obstakel te zijn als het gaat om partijen, die inhoudelijk belangrijke sociale economische en milieu gerelateerde doelstellingen en visies delen.
Het roer moet om.
De kiezer heeft gesproken en moet serieus genomen worden want anders dreigt later weer een afstraffing voor de nieuwe regeringspartijen. Een centrum linkse coalitie , zonder VVD en PVV, met meerdere partijen die inhoudelijk nauw verwant zijn aan elkaar heeft een veel grotere slaagkans en mag rekenen op een groter draagvlak vanuit de burgers. We moeten weer investeren in de economie, vaste banen, het onderwijs, de zorg, in verhoging minimum lonen, bijstandsuitkeringen en pensioenen. De meest genoemde optie is dan met zes partijen waarbij naast GL, SP, PvdA, CU ook D66 en CDA meedoen. Wat aantal zetels betreft, namelijk 85, een sterke coalitie, maar inhoudelijk lastig, zeker met het CDA erbij. Het CDA wil geen linkse koers, wil geen belastingverhogingen en geen verkleining van inkomensverschillen. Toen deze variant in de Tweede Kamer aan de orde kwam reageerde CDA- voorman Buma hier zeer neerbuigend over, verwijzend naar Roodkapje en de zeven geitjes.  
Een vergelijkbare variant zonder het CDA zou ook kunnen. Laat de twee grootste partijen op links daarvoor het voortouw nemen en met D66, PvdA, CU, PvdD, 50+, DENK en SGP heb je ook een nipte meerderheid van 76 zetels en ook een stevige meerderheid in de Eerste Kamer van 40 zetels.
Het enige echte probleem is dan wel de uitspraak van PvdA-leider Asscher dat zijn partij nu niet moet meedoen in een coalitie. Een zeer onverstandige conclusie, die de PvdA zeker nog veel langer aan de zijlijn laat staan. Bij deelname aan een linkse regering kan de PvdA snel zetels terugwinnen van de teleurgestelde achterban. 
Een regeringsakkoord zou echter niet alle onderwerpen moeten afdekken en zich moeten beperken tot de belangrijkste sociaal economische onderwerpen en kaders voor overheidsfinanciering. Dat is wat deze partijen namelijk ècht bindt.  Gedegen wetenschappelijk onderzoek van Wilkinson en Picket heeft aangetoond dat verkleining van de inkomensverschillen grote maatschappelijke voordelen oplevert  voor onderwijs, gezondheidszorg, criminaliteit etc. Zie  http://solidaire-economie.blogspot.nl/2010/12/inkomensongelijkheid-en-welzijn.html
 D66 als grootste mag dan de premier leveren. Pechtold heeft daar ook de meeste regeringservaring voor en mag het ministerie van algemene zaken bezetten. GL, SP en PvdA nemen in ieder geval Sociale Zaken, Financiën, Volksgezondheid  en Economie & landbouw voor hun rekening. De resterende zetelverdeling  voor in totaal 19 bewindslieden op basis van de huidige rolverdeling is een leuke uitdaging voor de onderhandelingen, maar heeft zeker een grote kans op succes. Vooral de kleinere partijen krijgen een buitenkans om mee te regeren door middel van een minister of staatssecretaris op een van de elf ministeries en zo een stempel te drukken op een van de overheidsterreinen. 
 
Update eind 2017.
Na een lange verkennings- en formatieperiode is er een regering gekomen van VVD, D66, CDA en CU die samen maar 1 zetel meer dan de helft heeft in de Eerste en Tweede Kamer. De VVD heeft als grootste partij de touwtjes goed in handen gehouden en wil graag verder regeren zoals Mark Rutte ook meermaals heeft aangegeven. Waarschijnlijk krijgen D66 maar ook CDA en Christen Unie hier nog veel spijt van, zoals nu ook de PvdA na de historische verkiezingsnederlaag zich dat ook   realiseert.   

dinsdag 8 november 2016

Utopieën bestaan echt.



 

In de bijna twee uur durende documentaire ”Where to invade next”, die door NPO3 is uitgezonden op donderdag 3 november zien we de wat fysiek onbeholpen Michael Moore een aantal Europese landen bezoeken om zich er vervolgens af te vragen of hij in een of ander "Wonderland" terecht is gekomen. Moore is in hart en nieren een Amerikaan, die begaan is met het land en zijn bevolking, maar ook geraakt is door de grote armoede, de harde tegenstellingen tussen zwart/blank, grote ongelijkheid, neergang van middenklasse, economische recessie etc.  Het gaat helemaal niet goed met Amerika en zou dringend op zoek moeten zijn naar ideeën en alternatieven. Zo begint Moore’s speurtocht in Europa alsof hij een ontdekkingsreiziger is en overal de Amerikaanse vlag kan "planten".

Moore's documentaire over aanslagen in VS 9/11 
Italië

Zo begint zijn lange Europese reis in Italië waar hij van een Italiaans echtpaar uitleg krijgt van de algemene secundaire arbeidsvoorwaarden:

* 30 tot 35 vakantiedagen (totaal 6 a 7 weken),

* aantal verplichte nationale feestdagen (12),  

* vijf of zes maanden zwangerschapsverlof,

* 15 verlofdagen bij een huwelijk,

* een gratis dertiende maand aan salaris en  

* iedere dag 2-uur lunchtijd.

Is dit echt, zo vraagt Moore zich af ? Geen wonder dat iedereen in Italië veel tijd heeft voor en dol is op seks.  Vergeleken met de Verenigde Staten een wereld van verschil. In de VS krijg je als je geluk hebt en bij een sterke vakbond bent aangesloten hooguit twee betaalde vakantieweken.  Vervolgens bezoekt Moore ook twee bedrijven in Italië. Eerst het kledingbedrijf Lardini, dat merken voert als Dolce Gabbana en Versace en ook de Ducati motorfabriek. Hij praat met managers en personeel en is verbaasd om te horen dat goed voor je personeel zorgen (ruime sociale regelingen) en een bedrijf goed en winstgevend runnen niet tegenstrijdig zijn. Ze gaan goed samen. Gelukkig en tevreden personeel zijn ook belangrijk voor het bedrijf.

De eerlijkheid gebiedt wel om te zeggen dat deze regelingen door jarenlange sociale strijd van vakbonden en werknemers in meerdere landen van Europa zijn verworven. Het feit dat ze nog steeds bestaan is een bewijs voor de eerdere stelling en ook uitgangspunt voor Social Enterprises en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.  Moore eindigt zijn bezoek aan Italië door af te spreken dat hij deze utopische ideeën meeneemt naar de VS. Als het hier kan dan daar ook. 

Documentaire over gezondheidszorg VS- Europa

Frankrijk

Vervolgens  gaat Moore naar Normandië, waar hij neerstrijkt in een kantine van een basisschool waar vers bereid, warm en gezond eten wordt geserveerd voor de schoolkinderen. We zien de kok met de diëtiste en leraren van de school overleggen om een afwisselend menu samen te stellen voor de komende weken. Dit gebeurt in een klein dorp en in opdracht van de gemeentebestuur, dat het belangrijk vindt dat kinderen ruim tijd besteden aan goed, gezond en netjes eten. Verrassend genoeg blijkt dat niet veel duurder te zijn dan wat ouders of kinderen in de VS in schoolkantines betalen voor een vette, ongezonde fastfoodhap.  De voice-over vertelt tussendoor nog even dat in Frankrijk de medische gezondheidszorg en kinderopvang ook gratis is. Dit is toch utopisch, dit kan toch niet zie je Moore denken !

Voor de zekerheid vergelijkt Moore de afdracht aan belastingen in een paar Europese landen en in de VS. Dan blijkt dat in Europa inderdaad wat meer betaald wordt, maar daartegenover staan ook veel extra voorzieningen. In de VS is het wel wat lager maar daar gaat 60% van de belastingopbrengsten naar defensie. Geen wonder, want de VS zijn erg oorlogszuchtig en hebben wel 1000 militaire bases wereldwijd.

Moore's documentaire over wapenbezit in VS versus Canada

Finland

Het derde land in Europa waar Moore heengaat is Finland, waar hij op bezoek gaat op een  middelbare school. In de internationale rankings wat onderwijsprestaties betreft, zien we al enkele jaren Finland bovenaan staan. In de jaren 60 stonden ze op gelijke voet met de VS maar nu is er een wereld van verschil. De VS staat op een 29e plaats en Finland op nummer 1.

Dus gaat de filmmaker in gesprek met leerkrachten en directie en hij gelooft zijn oren niet.  Er wordt maar maximaal 20 uur lesgegeven in een week. Per dag maar 3 of 4 uur les (waar ook nog lunchtijd bijzit). Men wil liever geen huiswerk of vrij weinig. Middelbare scholieren zeggen onafhankelijk van elkaar,  zo’n half uur hooguit hieraan te besteden.

Kinderen moeten ook kunnen spelen, sporten, ontspannen, sociale contacten ontplooien etc. Dat komt het leren juist ten goede. In het beperkte onderwijs wat betreft de uren is toch nog ruimte  voor meerdere vreemde talen, muziek, kunst, poëzie, toneel en gym. Een belangrijk verschil met de VS is, dat er geen multiplechoicevragen en standaardtoetsen zijn en ook geen centrale (cito- of eind-) examens. Ze hebben wel open vragen proefwerken, waarbij  juist de eigen mening en redenering voorop staat. Scholen (meestal openbare) scholen zijn vrij het onderwijs naar eigen inzicht in te richten zonder controle van de onderwijsinspectie. Een eis is wel, maar dat komt in de documentaire niet naar voren dat leerkrachten een universitaire opleiding hebben. Ze worden goed betaald en hebben een hoog aanzien. Een wiskunde leraar zei met enige schroom dat hij graag wilde dat kinderen zich breed kunnen ontwikkelen en vooral gelukkig worden. Hij zei dus niet dat ze goed moeten zijn in het oplossen van sommetjes, zoals Moore verwachtte.

Er is sprake van een sterke paradox. Hoe kan het dat de onderwijsresultaten, ook op de cognitieve vakken in Finland zo uitzonderlijk goed zijn terwijl ze weinig les geven, een heel breed programma aanbieden, weinig controleren en toetsen?? Dat kan toch niet? Dat is toch een utopie? Nederland probeert hier ook een voorbeeld aan te nemen en heeft de laatste jaren grote hordes ambtenaren van het ministerie van Onderwijs, mensen van onderwijsadviesbureau ’s en politici naar Finland gestuurd om zich te laten voorlichten. Helaas nog steeds zonder drastische wijzigingen in ons onderwijsbeleid. Op zijn Amerikaans gezegd: Moore is “flabbergasted”.

Moore met vlag onderweg naar Europa.

Slovenië

De verbazing houdt echter nog niet op want Moore reist af naar  een betrekkelijk nieuw Europees land, een land waarvan hij het bestaan waarschijnlijk nog niet eens kende. Daar bezoekt hij de Universiteit van Ljubljana (hoofdstad), die zo’n honderd Engelstalige masteropleidingen  aanbieden waar studenten en ook buitenlanders gratis gebruik van kunnen maken. Hij vraagt verschillende studenten hoe groot hun studieschuld is en de meesten antwoorden: nul. Alleen een jongen, die eerder in de VS had gestudeerd had wel 7.000 dollar studieschuld. In de VS zijn studieschulden tot 50.000 Euro geen uitzondering.  Moore begrijpt echter de logica niet. Hoe kan een land het opbrengen om zijn eigen burgers en buitenlanders gratis te laten studeren??? Dat is toch “Nuts”.?! Kennelijk niet, want zelfs de president van Slovenië is bereid Moore te ontvangen en uitleg te geven. Het biedt jonge mensen, uit rijke of arme gezinnen in ieder geval  gelijke kansen en bovendien heeft wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat iedere Euro geïnvesteerd in onderwijs uiteindelijk het vier- of vijfvoudige oplevert voor de economie. Tel uit je winst.

Portugal

Vervolgens komt Moore terecht in dit Zuid-Europese land waar hij van de minister van volksgezondheid en van politieagenten verneemt dat het gebruik van drugs in dit land is gelegaliseerd. Niemand belandt in de gevangenis voor het roken van een joint, extasy-pilletje of zelfs harddrugs. Sinds dit beleid wettelijk is ingevoerd is bovendien gebleken dat het gebruik juist is afgenomen. Gebruikers krijgen als ze dat willen ook begeleiding om ermee te stoppen . Utopie of werkelijkheid, zo lijkt Moore zich af te vragen ?

In de documentaire zie je vervolgens een reeks van beelden over de keiharde "War on drugs" die al vele jaren door vele presidenten in de VS wordt gevoerd en  die alleen maar meer slachtoffers oplevert. Moore suggereert dat het een smerige truc is om juist de zwarte mensen, die kennelijk meer drugs gebruiken en verhandelen, in de gevangenis te krijgen en ze daar ook nog hun stemrecht te ontnemen.  

Noorwegen

De reis gaat verder naar Noorwegen waar hij de zwaarst beveiligde gevangenis gaat bezoeken en vaststelt dat het leven daar best aangenaam is voor de veroordeelde gevangenen. Dat ze vooral veel vrijheid en begeleiding krijgen om hun leven op het goede spoor te krijgen en de tijd aangenaam doorbrengen. Geen eenzame opsluiting, geen sobere cel, veel ontspanningsmogelijkheden juist. Men streeft naar een humaan en menswaardig gevangenissysteem, gericht op gedragsverandering.

Op 125 gevangen waren maar 4 bewakers, die zelfs geen wapens hadden. Ook dit is in schril contrast met de beelden uit de VS met zwaarbewaakte en  -bewapende gevangenissen die gerund worden als bedrijven, maar waar geweld en ongelukken vaak voorkomen en een hoge recidive van 80% bestaat, terwijl dat in Noorwegen maar 20% is (terugval in crimineel gedrag). Dit kan toch niet? Alweer een utopie die bestaat en werkt. 

Duitsland

In Duitsland bezoekt hij een potlodenfabriek Faber & Castell, waar medewerkers een goed leventje hebben en als ze toch teveel stress hebben voor twee weken naar een kuuroord mogen om te relaxen en te ontstressen. Verder heeft Moore ontdekt dat in Duitse bedrijven de Raad van Toezicht voor de helft bestaat uit vertegenwoordigers van de werknemers. De andere helft wordt benoemd door de werkgever. Dat is een kenmerk van het Rijnlandse ondernemingsmodel, dat ervoor zorgt dat in het beleid en bij de controle op het ondernemingsbeleid de belangen van medewerkers zeker niet vergeten worden. Het geeft de stakeholders daadwerkelijk macht en heel anders dus dan het Angelsaksische shareholders-kapitalisme. Is dat de verklaring voor het “Wirtschaftswunder”? Duitsland wordt ook geroemd vanwege de eerlijkheid over het verleden. In alle scholen wordt uitgebreid aandacht besteedt aan de mistoestanden onder Hitler en de holocaust.

IJsland

In IJsland bezoekt Moore de eerste vrouwelijke premier, die in de jaren tachtig van de vorige eeuw gekozen werd.  Dat heeft veel betekent voor de gelijke behandeling en rechten van vrouwen. Zo was er voor de financiële en bankencrisis een bank in IJsland, die geleid werd door vrouwen. Toen alle andere banken in de problemen kwamen, bleek deze bank het juist goed te doen. Ze hadden geen financiële producten verkocht, die ze zelf ook niet begrepen. Bovendien wordt gesteld dat vrouwen veel meer het gemeenschappelijk en publiek belang behartigen en mannen veel meer het eigenbelang. Zet vrouwen dus aan top en oorlogen zullen afnemen  en samenlevingen zullen opbloeien. Het is ook zo dat IJsland de foute bankiers heeft laten veroordelen door een rechter en ook banken failliet heeft laten gaan. De economie presteert nu veel beter dan de meeste EU-landen. 

Tunesië

Een Arabisch en juist niet Europees land dat aan bod komt is opvallend genoeg Tunesië, waar vrouwen recht hebben op voorbehoedsmiddelen en eventueel legaal abortus kunnen ondergaan. In het parlement zitten ook heel veel vrouwen en in de grondwet zijn vrouwenrechten prominent vastgelegd.  Dat is des te opmerkelijker omdat Tunesië ook een islamitisch land is, zij het gematigd.  

In de film van Michael Moore komt Nederland helemaal niet voor. Het land dat vroeger als gidsland werd beschouwd en dat voorop liep met homorechten, softdrugsgebruik en  vrije moraal . Hoe staat het nu? Hebben wij ook utopieën in de aanbieding?

Na enig nadenken zou je misschien de huidige euthanasiewetgeving kunnen noemen, die mensen onder strikte voorwaarden toch de mogelijkheid biedt van een zelfgekozen dood.  Een nog beter voorbeeld is onze aanpak van transgenders, die psychologische en medische intensieve begeleiding krijgen om hun geslachtsideaal mogelijk te maken. Dat zou je een succesverhaal kunnen noemen als je de mensen een lichaam kunt geven dat past bij hun diepste kern.

Je zou ook een hele andere kant op kunnen denken door het voorbeeld van de vele spontane burgerinitiatieven, die vele ngo’s  mogelijk hebben gemaakt zoals Amnesty International en Greenpeace.  Je kunt ook denken aan  de typische lappendeken van lokale en regionale Voedselbanken, die wekelijks gratis voedsel uitdelen aan de allerarmste gezinnen en mensen. Voedsel dat geschonken wordt door winkels,  groothandels en bedrijven en gerund wordt door vrijwilligers.  Nederlanders zijn energiek en ondernemend op velerlei verschillende manieren.  Solidariteit zou ook wel eens een sterke Nederlandse waarde kunnen zijn, want de vele en diverse soorten  coöperaties groeien de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond. Er zijn energiecoöperaties, zorgcoöperaties, winkelcoöperaties, buurtcoöperaties en broodfondsen.  Nederland heeft misschien als belangrijkste utopie: ” de utopie van de vrijwilliger”. Iemand  die zich belangeloos inzet voor anderen en  kwetsbare groepen in de samenleving.  Volgens de door Rudolf Steiner al in begin 1900 geformuleerde Sociale Hoofdwet , zijn daar de maatschappelijke voordelen veruit het grootst van.

Moore kan tevreden teugkeren naar zijn land en veel goed nieuws thuisbrengen. Er bestaan veel utopieën in Europa, waarvan nu bewezen is dat ze goed werken. Het is hooguit een begripskwestie of we ze in termen van filosoof Hans Achterhuis "grote of kleine" utopieën moeten noemen. Wij Europeanen mogen best trots zijn op deze verworvenheden ondanks of dankzij het gemeenschappelijke EU-beleid.  Met de net gekozen nieuwe president Donald Trump verwacht ik echter niet dat veel van deze utopieën overgenomen zullen worden.    

 
  
Moore's film over keiharde Amerikaans kapitalisme