vrijdag 30 juni 2017

Het dilemma van de juiste prijs.


Een zoektocht.
Wanneer is er sprake van een rechtvaardige en juiste prijs voor een product of dienst? Hoe bepaal je die dan, oftewel welke kosten neem je mee ? Wie bepaalt de prijs?  Het is een interessante uitdaging om hier een weg in te vinden.  
Tijdens mijn studie Technische Bedrijfskunde aan de Technische Hogeschool in Eindhoven gedurende de periode 1977-1984 kreeg ik meerdere vakken op het gebied van economie. De belangrijkste waren algemene economie en daarna voornamelijk bedrijfseconomie. Bij het vak algemene economie kreeg we allerlei macro-economische modellen voorgeschoteld  vanuit een meer liberale kapitalistische visie. In een ideale open marktsituatie met volledige mededinging zal de beste prijs ontstaan op het snijpunt van vraag- en aanbodcurve. Dat betekent veel aanbieders en veel vragers naar een product zoals brood of melk. In de praktijk weten we dat dit zeker niet het geval is. Door samenwerking en centralisatie proberen aanbieders een front te vormen en kunnen zo hun prijs opleggen.
Later in de studie kregen we in het vak bedrijfseconomie meer inzicht in de vaststelling van kostprijzen en verkoopprijzen in bedrijven. Een onderneming kijkt terug in het productieproces en legt vast hoeveel kapitaal is ingezet via grondstoffen, halffabricaten, energie, machines, productiemedewerkers (allemaal directe kosten) en overhead (indirecte kosten) om een bepaald aantal eindproducten te maken. Daaruit ontstaat de kostprijs waarna met een opslagpercentage  een verkoopprijs tot stand komt. Deze methode heet opslagmethode. Later leerden we ook de methode van integrale kostprijsberekening, nog later activity based costing (ABC).  Zonder in detail in te gaan op de verschillen en situaties waarin ze afhankelijk van het soort productieproces kunnen worden ingezet, hebben ze allemaal gemeen dat er gecalculeerd wordt op basis van realisatie, dus altijd terugkijkend in de tijd.
Toen ik begin jaren tachtig in aanraking kwam met de vrije school heb ik me aangesloten bij een studiegroep onder leiding van economieleraar Kim Lapré, die de economiecursus van Rudolf Steiner uit 1922 ging bestuderen. Steiner ging toen in op de gangbare theorie van Adam Smith over prijsvorming zoals ik hierboven bij de algemene economie heb beschreven. Hij kiest er ook voor om vooral het accent te liggen op economische kringlopen en dat past gevoelsmatig ook beter bij de natuur met haar ecologische kringlopen. In de 6e voordracht komt Steiner met een verrassende  definitie: “De juiste prijs is die prijs waarbij iemand voor een product dat hij vervaardigd heeft, zoveel als tegenwaarde ontvangt dat hij in de som van zijn behoeften (én die van zijn gezin)  kan voorzien tot hij opnieuw eenzelfde product zal hebben vervaardigd”.
Laten we het voor de eenvoud houden bij een schoenmaker die een paar schoenen kan maken. De prijs die hij daarvoor moet vragen is dan het benodigde inkomen gedurende de tijd dat hij erover doet om weer een paar schoenen te maken. Het opvallende daarbij is dat hij dus vooruit (naar de nabije toekomst) moet kijken, maar dat de productiekosten feitelijk ontbreken. Tenzij je de behoefte van de schoenmaker daarbij zo ruim interpreteert dat je daarin ook de grondstoffen(leer, garen, lijm, zolen, machines en energie terugziet. Dat nog is het zeer complex, omdat je in een glazen bol kijkt.
Steiner realiseert zich dat ook want hij stelt (op blz. 92 onderaan):  Wanneer u namelijk louter het verleden bekijkt en ook statistisch alleen op het verleden  terugblikt, dan zult U kunnen bewijzen dat de geestelijke arbeid met betrekking tot het verleden en al datgene wat een directe voortzetting van het verleden eigenlijk onproductief is. Vanuit het verleden naar de toekomst is in materiele zin alleen de pure materiële arbeid, ook in het economische proces met haar vervolg, als productief te zien".  `Geheel anders is het wanneer u de toekomst bekijkt- en economisch handelen betekent nu eenmaal toewerken van het verleden naar de toekomst’.  
De opnieuw uitgebrachte cursus economie van R.Steiner
 
Daar komt bij dat de som van zijn behoeften ook moeilijk exact zijn vast te stellen. Wat hoort daar allemaal bij ; eten, kleren, huis, interieur, huisgerei , medicijnen, ontspanning, rookgerei, alcoholische dranken, reisjes, theaterbezoek? Een lastig optelsommetje.
Deze methode heeft wel als voordeel dat ze wel extra veilig is , omdat materiaalkosten zoals het leer, of energiekosten plotseling kunnen stijgen en dat kun je dan meenemen in de prijs.  Anderzijds moet hij vooraf aangeven, hoe lang hij over het maken van een nieuw paar schoenen zal doen, want er speelt ook nog zoiets als een kostenervaringskromme. Dit economisch principe stelt dat iemand die een bepaalde klus steeds vaker doet ervaring opbouwt en zo steeds sneller en beter een product zal maken. Een efficiëntievoordeel dus, waardoor de schoenmaker dus steeds een lagere prijs/vergoeding zou moeten gaan vragen.   Toch blijft deze prijsdefinitie ook vanuit andere gezichtspunten heel lastig is. Wat wordt de prijs als de schoenmaker in het weekend geen schoen maakt of een week ziek wordt? Neemt dan de verkoopprijs opeens exponentieel toe?
In beide visies worden arbeidskosten, een week- of maandloon en ondernemersinkomen  meegenomen als productiefactoren en ook meegerekend in de prijzen. Wat de juiste prijsbepaling nog extra complicerend maakt is dat de kapitaalkosten deels bestaan uit kosten van de grond en eventueel het gebouw zoals huur- of hypotheekkosten van het bedrijfsgebouw. Deze productiemiddelen zouden volgens Steiner niet in eigendom en dus niet gekocht moeten kunnen worden, omdat ze sterk prijsopdrijvend werken.  Deze bedrijfsmiddelen zouden tegen een soort gebruiksrecht of pacht te beschikking moeten worden gesteld. Dan werkt het niet prijsopdrijvend.  
Op andere plaatsen heeft Steiner duidelijk aangegeven dat de mens geen productiefactor is en daarom dat het loon of inkomen vastgesteld moet worden in het rechtsgebied en niet in het economisch verkeer of gebied. De waarde of het loon van een arbeider moet niet de uitkomst zijn van vraag en aanbod alsof het een economisch product is. In de prijsvisie van Steiner wordt wel een soort van behoeften-inkomen centraal gemaakt en juist afhankelijk gemaakt van het economisch proces. Dat lijkt erg strijdig met elkaar. 
Verder heeft Steiner ook aangegeven dat als de prijs te laag is (dus niet de juiste prijs) iedereen armer wordt en als de prijs te hoog wordt dan moeten associaties groter gemaakt worden. Elders in de cursus en ook op andere plaatsen heeft Steiner juist een ander waardevol principe uitgewerkt waarbij niet de volledige concurrentie of mededinging het uitgangspunt zou moeten zijn, maar juist de samenwerking. En dan niet alleen die tussen producenten onderling want daardoor zou monopolie- of oligopolievorming kunnen ontstaan en dus tot prijsafspraken kunnen leiden.      Steiner bedoelde juist overlegorganen, associaties, tussen producenten, handelaren en consumenten. Daar moeten in open uitwisseling en onderhandeling afspraken gemaakt worden over hoeveelheden, kwaliteit en prijs van een product voor een bepaald gebied en voor een bepaalde periode. Consumenten moeten aangeven wat zij ervoor over hebben en producenten en handelaren moeten nagaan of zij het voor die prijs kunnen maken en leveren. De prijs is dan weer het optimum tussen vraag en aanbod. Associaties zijn er voor bepaalde regio’s die een zekere omvang hebben maar dat moet in de praktijk zelf blijken. Dat kan dus ook als gevolg hebben dat prijzen per regio kunnen verschillen.
We zouden graag ook transparantie willen als het gaat om prijzen en prijsopbouw. Om van het vervelende rekenwerk af te zijn, al dan niet op basis van historische dan wel toekomstige kosten, kunnen we het prijsdilemma dus maar beter overlaten aan associaties. Daar worden   de prijzen voor een bepaalde periode in de praktijk vastgesteld als evenwichtspunt tussen de vraag van consumenten of de markt en het aanbod door producenten en handelaren.
 

zondag 2 april 2017

Wat ging er mis in Venezuela.

Hugo Chávez, de voormalige president van Venezuela
 
De Linkse hervormingen van Chávez in Venezuela.
In een recente aflevering van de serie "Reizen Waes" bezoekt de Vlaamse televisiemaker Tom Waes het land Venezuela, dat berucht is vanwege zijn hoofdstad Caracas, waar het meeste aantal moorden ter wereld worden gepleegd. Veilig in een terreinwagen en onder begeleiding van een gids en bodyguard rijden ze door de straten van wat oogt als een moderne, rijke stad met veel hoge gebouwen. Opeens echter zien we enorm lange rijen mensen wachtend, urenlang voordat zij in een winkel wat eerste levensbehoeften kunnen kopen. Aan een man die net uit de winkel komt vragen ze wat hij gekocht heeft. “Een pak koffie” zegt hij , “maar ja zonder suiker en melk heb je er ook niks aan en juist die spullen hadden ze niet”. Hij had ook zeep gekocht maar daarbij was ook het probleem dat er vaak geen water was. Daarvoor heeft hij vele uren in de rij moeten staan. De situatie wordt nog schrijnender als we zien hoe westerse valuta omgeruild worden voor de lokale bolivar. Een bedrag van € 1000 betekent in praktijk twee sporttassen vol papiergeld. Dat heet hyperinflatie zoals Duitsland dat ook kende in de jaren dertig van de vorige eeuw. De prijzen voor de dagelijkse benodigdheden veranderen van dag tot dag. Waar ging het mis met dit prachtige, welvarende land, waarvan gezegd wordt dat er zich voor de kust de grootste olievoorraden van Zuid-Amerika  bevinden? Benzine is  daarom nu ook spotgoedkoop, al zijn er relatief weinig auto’s in de miljoenenstad Caracas.
De Oppervlakte van het land bedraagt ruim 912.000 km2 en dat is ruim 20 keer zo groot als Nederland. De bevolking telt ongeveer 31 miljoen burgers en dat is minder dan 2 keer zoveel als dat er Nederlanders zijn.
In 1821 werd het land na enkele jaren van burgeroorlog onder leiding van “vrijheidsstrijder en revolutionair”  Simón Bolivar definitief onafhankelijk van Spanje na honderden jaren van overheersing. De lokale valuta is naar deze man genoemd en ook de hoogste berg (uitloper van het Andesgebergte) van 5007 meter hoog heet Pico Bolivar. Het land heeft een grote diversiteit aan landschappen met bergen,  regenwouden en grote vlakten van de Orinoco delta, maar ook de hoogste waterval ter wereld,  de Angelwaterval van bijna 1000 m hoog.  Het land kent ook het grootste binnenmeer van Zuid-Amerika, het meer van Maracaibo.                                                  In 1830 werd het een onafhankelijke republiek. De 19e en 20e eeuw werden gekenmerkt door perioden van politieke instabiliteit, dictatoriaal bewind en revolutionaire onrust.  Tot aan begin 20e eeuw was het land gericht op landbouw. In 1914 vond de Koninklijke Olie (later Shell) olie nabij het meer van Maracaibo  en in 1920 een enorm olieveld La Rosa. Vanaf die tijd konden 100.000 vaten aan olie per dag naar boven gehaald worden. De productie steeg explosief van 1,4 miljoen vaten in 1921 tot 137 miljoen vaten  in 1929. In 1960 werd op initiatief van Venezuela de OPEC opgericht als organisatie van olieproduce-rende landen. Aan het begin van de 21e eeuw was het land de 5e grootste exporteur van olie in de wereld. Het zorgt voor bijna 85% van de exportopbrengsten.     
In 1992 vond een mislukte staatsgreep plaats die georganiseerd was door Hugo Chávez, iemand van Indiaanse afkomst. Daarna werd hij gevangen genomen en verbleef enige jaren in de gevangenis. Na zijn vrijlating stelde hij zich kandidaat voor het presidentschap en werd ook in 1998 gekozen. Zijn nieuw gevormde verenigde socialistische partij nationaliseerde in stappen en over een periode van meerdere jaren de oliemaatschappij tot staatsbedrijf Petróleos de Venezuela met 51% van de aandelen in handen van de overheid. Dat om ervoor te zorgen dat de olie-opbrengsten ten goede kwamen aan de bevolking. Dit was tegen het zere been van de westerse oliemaatschappijen en in 2002 vond wederom een mislukte staatsgreep (met steun vanuit de VS) plaats, maar nu tegen Chávez.  Daarnaast wilde Chávez ook de Centrale Bank van Venezuela nationaliseren.
wapen van Venezuela
Kort na zijn aantreden als president schreef hij een landelijk referendum uit om een grondwettelijke vergadering samen te stellen uit vertegenwoordigers van heel Venezuela inclusief inheemse stammen. Dat referendum haalde een ruime meerderheid en zo ontstond een nieuwe grondwet . Hij lanceerde ook het ambitieuze Plan Bolivar 2000 als programma voor sociale voorzieningen en om de armoede te verlichten. Meer dan 70.000 militairen moesten de bevolking gaan helpen met repareren van ziekenhuizen en wegen en moesten gratis medische zorg bieden.      Een andere missie van Chávez was het uitbannen van analfabetisme.  Voedsel moest tegen lage prijzen bij wet vanaf 2003 aangeboden worden in speciale opgerichte staatswinkels. Zo wilde hij zwarte markt, speculatie en inflatie tegengaan. Hij richtte daarvoor het verdelingsnetwerk Mercal op. Uiteindelijke doel was om onderwijs en gezondheidszorg voor iedereen gratis en toegankelijk te maken en armoede te bestrijden. Daarvoor heeft Chávez ongeveer $ 440 miljard in het land geïnvesteerd. 
Door wetgeving heeft Cháves geholpen bij het opzetten van wel 100.000 bedrijven op coöperatieve grondslag met kredieten en technische opleidingen. Hij heeft ook geprobeerd het grootgrondbezit van land in Venezuela aan te pakken.  Venezuela heeft een tropisch klimaat en dat betekent dat je jaarlijks twee en soms drie keer kunt oogsten. Het kweken van tropisch fruit en een overdaad aan groenten is op veel plaatsen mogelijk.  
Door de enorme sociale programma’s kreeg de economie het soms moeilijk. In 2014 bereikte het BNP het bedrag van $ 206 miljard  en dat was 1/3 lager dan de $ 298 miljard uit 2012.  Mede door de sterk afnemende olieprijs daalde de opbrengsten van de olie-exporten. In 2014 bedroegen de exportopbrengsten  $ 80,7 miljard waarvan $ 77,8 miljard afkomstig waren van de olie. In 2014 was er nog een overschot op de handelsbalans van $ 30 miljard. Toch groeide de economie ook, want de sojaproductie steeg met 885% in 10 jaar tijd tot 54.400 ton. De rijstproductie steeg met 84% in diezelfde periode tot 1,3 miljoen ton. De melkproductie steeg met 47% . En de calorie-inname van het hele volk steeg met 130% over 13 jaar. Het land en zijn bevolking en economie tegelijkertijd ontwikkelen kan dus wel en Chávez heeft het bewezen.
Gedurende de jaren 2009 – 2015 schommelde de werkeloosheid tussen de 7,2 en     8,5%  hetgeen niet echt slecht is. De staatsschuld bedroeg ongeveer 50% van het BNP en is ook niet schrikbarend.  Het overheidstekort liep wel op tot 18,6%, maar het ergste probleem is de oplopende inflatie tot wel 122 % in 2015.  Daar ligt een enorm groot gevaar en dat wordt misschien ook nog eens extern veroorzaakt door grote internationale banken die bewust valuta van kleinere landen aanvallen en in waarde laten kelderen.    
Chaves maakte afspraken met Cuba waardoor olie tegen een gunstig tarief gegeven werd in ruil voor 20.000 artsen en leraren (later 40.000), die in Venezuela kwamen werken.  Samen met andere linkse leiders van Zuid-amerikaanse leiders zoals Lula da Silva uit Brazilië, Evo Morales uit Bolivia , Rafael Correa uit Ecuador en Fernando Lugo uit Paraguay vormde hij de Bolivariaanse Alliantie en richtte de regionale Bank van het Zuiden op, om minder afhankelijk te zijn van de door het Westen gedomineerde Wereldbank en het IMF.  9 December 2007 is de officiële oprichting van deze Banco del Sur met 7 deelnemende Zuid-Amerikaanse landen. Het bijzondere van deze bank is dat de deelnemende landen een gelijk stemrecht hebben, ongeacht hun financiële inbreng of grootte. Kredieten zijn bedoeld om de regio te versterken en economische integratie te realiseren van "de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties"(in totaal 12 landen waaronder ook Suriname). Men wilde later zelfs een gemeenschappelijke munt gaan voeren en noodfondsen aanleggen voor natuurrampen.  Het startkapitaal was echter zeer beperkt met $ 7 miljard.
Chávez predikte het Socialisme van de 21e eeuw, zoals hij het zelf noemde en liet zich beïnvloeden door de geschriften van Marx, Lenin, Bolivar maar ook Noam Chomsky en (als katholiek) ook door de historische revolutionair Jezus Christus.
Chávez trad wekelijks op bij een radiozender en ook bij de door hemzelf opgerichte staatstelevisie. Zo kon hij in direct contact treden met de bevolking. Ook gebruikte hij Twitter, dat in 2015 zelfs nog ruim 4 miljoen volgers telde. Hij zorgde ook voor beschikbaarheid van computers en internet en richtte daarvoor infocenters op, waar men gratis gebruik van kon maken. In maart 2010 waren er al 668 van dergelijke centra.
In het westen maakte hij zich niet populair door westerse leiders , zoals Bush, Blair en Merkel uit te schelden.  Tijdens zijn beruchte toespraak voor de VN liepen veel toehoorders demonstratief weg. Voor  Zuid-Amerika heeft hij echter veel betekent. Soms kon hij op enige roem rekenen. Zo plaatste het Engelse tijdschrift The New Statesman in 2006 Chávez op de 11e plaats van “Helden van onze tijd”. Time plaatste hem in 2005 en 2006 op de lijst van 100 meest invloedrijke personen. Hij kreeg ook vijf eredoctoraten.   
Het volk bleef Cháves steeds steunen totdat hij overleed in 2013 op 58-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker.   Zijn opvolger Nicolás Maduro, was al jaren steun van Chávez bij de beweging die hem het presidentschap bracht. Hij was al voorzitter van het parlement in 2005 en minister van buitenlandse zaken van 2006-2013. Vanaf 2012 was hij ook vice-president onder Chavez en later dus zijn opvolger. De sterk stijgende prijzen, het tekort van basisgoederen maakt dat de steun voor Madura helemaal afbrokkelt . Na de parlementsverkiezingen in 2015 heeft de oppositie de 2/3 meerderheid gekregen en is de macht van de socialistische president sterk verzwakt.  Wat in 13 jaar door Chaves is opgebouwd, lijkt volledig in elkaar te storten en dat is een menselijk en enorm sociaal drama.  Corruptie en sabotage brengen het land aan de afgrond.    
Vlag van Venezuela
  Zoekend op internet kwam ik terecht bij een website www. handsoffvenezuela.org, waar in meerdere talen verschillende artikelen staan over de ontwikkeling van het land. Het laatste, in het Nederlands, geschreven artikel heeft de titel "Waarom is Venezuela in crisis" en met die vraag begon ik ook.  https://www.handsoffvenezuela.org/nederlands/

woensdag 22 maart 2017

Centrum-linkse coalitie heeft voorkeur

Onderstaand artikel is ook gepubliceerd als ingezonden opiniestuk in het ED van zaterdag 25 maart 2017 (katern Regio blz. 23).
 
 
 
 
Coalitieregering zwaar afgestraft.
De bevolking heeft met een opkomst van bijna 82%, tijdens de Tweede Kamerverkiezingen duidelijke taal gesproken. Ondanks de mooie praatjes over een sterkere economie, gezondere overheidsfinanciën, afnemende werkeloosheid dankzij het strenge regeringsbeleid van saneringen en bezuinigen de afgelopen jaren, beleven  burgers dat heel anders. Afnemende ouderenzorg, toenemende zorgkosten, betaald hoger onderwijs, bezuinigingen op cultuur, toenemende flexbanen en baanonzekerheid is wat de kiezers echt hebben kunnen ervaren. Geen wonder dat de PvdA daarvoor de grootste klap moest incasseren van 38 naar 9 zetels , een historisch record.  Maar ook de VVD liep schade op met een verlies van 8 zetels tot het huidige aantal van 33 zetels. Toch blijft de VVD een redelijk stabiele achterban houden met loyale steun van de categorie best betaalde burgers en ondernemers.
De kiezer wil echter verandering. Dat blijkt wel uit de flinke groei voor de oppositiepartijen D66, CDA, GL maar ook de groei bij kleinere partijen zoals Partij voor de Dieren, Christen Unie,  50 Plus  en zelfs de zetels voor de nieuwe partijen Denk en Forum voor Democratie.
Voor buitenlandse media geven deze uitslagen nog een ander beeld. Het tot staan brengen van de populistische eenmanspartij van Wilders. Na jaren van groei bleef het aantal zetels nu steken op 20 en is dus zeker niet de grootste partij in Nederland.  Rutte heeft Wilders , die uit de VVD afkomstig is, altijd extreem links genoemd, maar het stemgedrag de laatste jaren laat een heel ander beeld zien De PVV is eerder extreem rechts op sociaal economische thema's en hoort zeker niet in een linkse regering.   
 
Helaas lijkt de boodschap nog niet echt doorgedrongen in Den Haag en wil men op de oude voet doorgaan. Natuurlijk heeft de VVD de meeste zetels en mag nu als eerste proberen via een verkenner verschillende coalities te onderzoeken. Daarbij gaat men allereerst uit van het kleinste aantal benodigde partijen om getouwtrek later te voorkomen.


Opties
De eerste mogelijkheid is dan met VVD, CDA, D66 en CU  en samen 76 zetels. De andere optie is VVD, CDA, D66 en GL, samen 85 zetels. Met de tweede optie worden nu verdere verkenningen gedaan, al moeten we vooral niet vergeten dat de onderlinge verschillen tussen deze vier partijen zeer groot zijn. D66 en vooral ook het CDA hebben in de verkiezingsdebatten grote afstand genomen van de coalitie van VVD en PvdA. Zeker GL, als sterk in opkomst zijnde milieu- en sociale partij, wil echt het roer omgooien en hele andere keuzes maken. Op zeer veel punten staan ze haaks tegenover elkaar, zoals de VVD en PvdA na de vorige verkiezingen.  Deze verschillen overbruggen vereist een zeer ingewikkelde spagaat, die op drie fronten moet slagen. Het is een nog veel moeilijkere opdracht, dan bij de vorige regering. We moeten het gewoon ook niet willen en er is ook een beter alternatief. Het aantal partijen in een coalitie hoeft geen obstakel te zijn als het gaat om partijen, die inhoudelijk belangrijke sociale economische en milieu gerelateerde doelstellingen en visies delen.
Het roer moet om.
De kiezer heeft gesproken en moet serieus genomen worden want anders dreigt later weer een afstraffing voor de nieuwe regeringspartijen. Een centrum linkse coalitie , zonder VVD en PVV, met meerdere partijen die inhoudelijk nauw verwant zijn aan elkaar heeft een veel grotere slaagkans en mag rekenen op een groter draagvlak vanuit de burgers. We moeten weer investeren in de economie, vaste banen, het onderwijs, de zorg, in verhoging minimum lonen, bijstandsuitkeringen en pensioenen. De meest genoemde optie is dan met zes partijen waarbij naast GL, SP, PvdA, CU ook D66 en CDA meedoen. Wat aantal zetels betreft, namelijk 85, een sterke coalitie, maar inhoudelijk lastig, zeker met het CDA erbij. Het CDA wil geen linkse koers, wil geen belastingverhogingen en geen verkleining van inkomensverschillen. Toen deze variant in de Tweede Kamer aan de orde kwam reageerde CDA- voorman Buma hier zeer neerbuigend over, verwijzend naar Roodkapje en de zeven geitjes.  
Een vergelijkbare variant zonder het CDA zou ook kunnen. Laat de twee grootste partijen op links daarvoor het voortouw nemen en met D66, PvdA, CU, PvdD, 50+, DENK en SGP heb je ook een nipte meerderheid van 76 zetels en ook een stevige meerderheid in de Eerste Kamer van 40 zetels.
Het enige echte probleem is dan wel de uitspraak van PvdA-leider Asscher dat zijn partij nu niet moet meedoen in een coalitie. Een zeer onverstandige conclusie, die de PvdA zeker nog veel langer aan de zijlijn laat staan. Bij deelname aan een linkse regering kan de PvdA snel zetels terugwinnen van de teleurgestelde achterban. 
Een regeringsakkoord zou echter niet alle onderwerpen moeten afdekken en zich moeten beperken tot de belangrijkste sociaal economische onderwerpen en kaders voor overheidsfinanciering. Dat is wat deze partijen namelijk ècht bindt.  Gedegen wetenschappelijk onderzoek van Wilkinson en Picket heeft aangetoond dat verkleining van de inkomensverschillen grote maatschappelijke voordelen oplevert  voor onderwijs, gezondheidszorg, criminaliteit etc. Zie  http://solidaire-economie.blogspot.nl/2010/12/inkomensongelijkheid-en-welzijn.html
 D66 als grootste mag dan de premier leveren. Pechtold heeft daar ook de meeste regeringservaring voor en mag het ministerie van algemene zaken bezetten. GL, SP en PvdA nemen in ieder geval Sociale Zaken, Financiën, Volksgezondheid  en Economie & landbouw voor hun rekening. De resterende zetelverdeling  voor in totaal 19 bewindslieden op basis van de huidige rolverdeling is een leuke uitdaging voor de onderhandelingen, maar heeft zeker een grote kans op succes. Vooral de kleinere partijen krijgen een buitenkans om mee te regeren door middel van een minister of staatssecretaris op een van de elf ministeries en zo een stempel te drukken op een van de overheidsterreinen. 

dinsdag 8 november 2016

Utopieën bestaan echt.



 

In de bijna twee uur durende documentaire ”Where to invade next”, die door NPO3 is uitgezonden op donderdag 3 november zien we de wat fysiek onbeholpen Michael Moore een aantal Europese landen bezoeken om zich er vervolgens af te vragen of hij in een of ander "Wonderland" terecht is gekomen. Moore is in hart en nieren een Amerikaan, die begaan is met het land en zijn bevolking, maar ook geraakt is door de grote armoede, de harde tegenstellingen tussen zwart/blank, grote ongelijkheid, neergang van middenklasse, economische recessie etc.  Het gaat helemaal niet goed met Amerika en zou dringend op zoek moeten zijn naar ideeën en alternatieven. Zo begint Moore’s speurtocht in Europa alsof hij een ontdekkingsreiziger is en overal de Amerikaanse vlag kan "planten".

Moore's documentaire over aanslagen in VS 9/11 
Italië

Zo begint zijn lange Europese reis in Italië waar hij van een Italiaans echtpaar uitleg krijgt van de algemene secundaire arbeidsvoorwaarden:

* 30 tot 35 vakantiedagen (totaal 6 a 7 weken),

* aantal verplichte nationale feestdagen (12),  

* vijf of zes maanden zwangerschapsverlof,

* 15 verlofdagen bij een huwelijk,

* een gratis dertiende maand aan salaris en  

* iedere dag 2-uur lunchtijd.

Is dit echt, zo vraagt Moore zich af ? Geen wonder dat iedereen in Italië veel tijd heeft voor en dol is op seks.  Vergeleken met de Verenigde Staten een wereld van verschil. In de VS krijg je als je geluk hebt en bij een sterke vakbond bent aangesloten hooguit twee betaalde vakantieweken.  Vervolgens bezoekt Moore ook twee bedrijven in Italië. Eerst het kledingbedrijf Lardini, dat merken voert als Dolce Gabbana en Versace en ook de Ducati motorfabriek. Hij praat met managers en personeel en is verbaasd om te horen dat goed voor je personeel zorgen (ruime sociale regelingen) en een bedrijf goed en winstgevend runnen niet tegenstrijdig zijn. Ze gaan goed samen. Gelukkig en tevreden personeel zijn ook belangrijk voor het bedrijf.

De eerlijkheid gebiedt wel om te zeggen dat deze regelingen door jarenlange sociale strijd van vakbonden en werknemers in meerdere landen van Europa zijn verworven. Het feit dat ze nog steeds bestaan is een bewijs voor de eerdere stelling en ook uitgangspunt voor Social Enterprises en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.  Moore eindigt zijn bezoek aan Italië door af te spreken dat hij deze utopische ideeën meeneemt naar de VS. Als het hier kan dan daar ook. 

Documentaire over gezondheidszorg VS- Europa

Frankrijk

Vervolgens  gaat Moore naar Normandië, waar hij neerstrijkt in een kantine van een basisschool waar vers bereid, warm en gezond eten wordt geserveerd voor de schoolkinderen. We zien de kok met de diëtiste en leraren van de school overleggen om een afwisselend menu samen te stellen voor de komende weken. Dit gebeurt in een klein dorp en in opdracht van de gemeentebestuur, dat het belangrijk vindt dat kinderen ruim tijd besteden aan goed, gezond en netjes eten. Verrassend genoeg blijkt dat niet veel duurder te zijn dan wat ouders of kinderen in de VS in schoolkantines betalen voor een vette, ongezonde fastfoodhap.  De voice-over vertelt tussendoor nog even dat in Frankrijk de medische gezondheidszorg en kinderopvang ook gratis is. Dit is toch utopisch, dit kan toch niet zie je Moore denken !

Voor de zekerheid vergelijkt Moore de afdracht aan belastingen in een paar Europese landen en in de VS. Dan blijkt dat in Europa inderdaad wat meer betaald wordt, maar daartegenover staan ook veel extra voorzieningen. In de VS is het wel wat lager maar daar gaat 60% van de belastingopbrengsten naar defensie. Geen wonder, want de VS zijn erg oorlogszuchtig en hebben wel 1000 militaire bases wereldwijd.

Moore's documentaire over wapenbezit in VS versus Canada

Finland

Het derde land in Europa waar Moore heengaat is Finland, waar hij op bezoek gaat op een  middelbare school. In de internationale rankings wat onderwijsprestaties betreft, zien we al enkele jaren Finland bovenaan staan. In de jaren 60 stonden ze op gelijke voet met de VS maar nu is er een wereld van verschil. De VS staat op een 29e plaats en Finland op nummer 1.

Dus gaat de filmmaker in gesprek met leerkrachten en directie en hij gelooft zijn oren niet.  Er wordt maar maximaal 20 uur lesgegeven in een week. Per dag maar 3 of 4 uur les (waar ook nog lunchtijd bijzit). Men wil liever geen huiswerk of vrij weinig. Middelbare scholieren zeggen onafhankelijk van elkaar,  zo’n half uur hooguit hieraan te besteden.

Kinderen moeten ook kunnen spelen, sporten, ontspannen, sociale contacten ontplooien etc. Dat komt het leren juist ten goede. In het beperkte onderwijs wat betreft de uren is toch nog ruimte  voor meerdere vreemde talen, muziek, kunst, poëzie, toneel en gym. Een belangrijk verschil met de VS is, dat er geen multiplechoicevragen en standaardtoetsen zijn en ook geen centrale (cito- of eind-) examens. Ze hebben wel open vragen proefwerken, waarbij  juist de eigen mening en redenering voorop staat. Scholen (meestal openbare) scholen zijn vrij het onderwijs naar eigen inzicht in te richten zonder controle van de onderwijsinspectie. Een eis is wel, maar dat komt in de documentaire niet naar voren dat leerkrachten een universitaire opleiding hebben. Ze worden goed betaald en hebben een hoog aanzien. Een wiskunde leraar zei met enige schroom dat hij graag wilde dat kinderen zich breed kunnen ontwikkelen en vooral gelukkig worden. Hij zei dus niet dat ze goed moeten zijn in het oplossen van sommetjes, zoals Moore verwachtte.

Er is sprake van een sterke paradox. Hoe kan het dat de onderwijsresultaten, ook op de cognitieve vakken in Finland zo uitzonderlijk goed zijn terwijl ze weinig les geven, een heel breed programma aanbieden, weinig controleren en toetsen?? Dat kan toch niet? Dat is toch een utopie? Nederland probeert hier ook een voorbeeld aan te nemen en heeft de laatste jaren grote hordes ambtenaren van het ministerie van Onderwijs, mensen van onderwijsadviesbureau ’s en politici naar Finland gestuurd om zich te laten voorlichten. Helaas nog steeds zonder drastische wijzigingen in ons onderwijsbeleid. Op zijn Amerikaans gezegd: Moore is “flabbergasted”.

Moore met vlag onderweg naar Europa.

Slovenië

De verbazing houdt echter nog niet op want Moore reist af naar  een betrekkelijk nieuw Europees land, een land waarvan hij het bestaan waarschijnlijk nog niet eens kende. Daar bezoekt hij de Universiteit van Ljubljana (hoofdstad), die zo’n honderd Engelstalige masteropleidingen  aanbieden waar studenten en ook buitenlanders gratis gebruik van kunnen maken. Hij vraagt verschillende studenten hoe groot hun studieschuld is en de meesten antwoorden: nul. Alleen een jongen, die eerder in de VS had gestudeerd had wel 7.000 dollar studieschuld. In de VS zijn studieschulden tot 50.000 Euro geen uitzondering.  Moore begrijpt echter de logica niet. Hoe kan een land het opbrengen om zijn eigen burgers en buitenlanders gratis te laten studeren??? Dat is toch “Nuts”.?! Kennelijk niet, want zelfs de president van Slovenië is bereid Moore te ontvangen en uitleg te geven. Het biedt jonge mensen, uit rijke of arme gezinnen in ieder geval  gelijke kansen en bovendien heeft wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat iedere Euro geïnvesteerd in onderwijs uiteindelijk het vier- of vijfvoudige oplevert voor de economie. Tel uit je winst.

Portugal

Vervolgens komt Moore terecht in dit Zuid-Europese land waar hij van de minister van volksgezondheid en van politieagenten verneemt dat het gebruik van drugs in dit land is gelegaliseerd. Niemand belandt in de gevangenis voor het roken van een joint, extasy-pilletje of zelfs harddrugs. Sinds dit beleid wettelijk is ingevoerd is bovendien gebleken dat het gebruik juist is afgenomen. Gebruikers krijgen als ze dat willen ook begeleiding om ermee te stoppen . Utopie of werkelijkheid, zo lijkt Moore zich af te vragen ?

In de documentaire zie je vervolgens een reeks van beelden over de keiharde "War on drugs" die al vele jaren door vele presidenten in de VS wordt gevoerd en  die alleen maar meer slachtoffers oplevert. Moore suggereert dat het een smerige truc is om juist de zwarte mensen, die kennelijk meer drugs gebruiken en verhandelen, in de gevangenis te krijgen en ze daar ook nog hun stemrecht te ontnemen.  

Noorwegen

De reis gaat verder naar Noorwegen waar hij de zwaarst beveiligde gevangenis gaat bezoeken en vaststelt dat het leven daar best aangenaam is voor de veroordeelde gevangenen. Dat ze vooral veel vrijheid en begeleiding krijgen om hun leven op het goede spoor te krijgen en de tijd aangenaam doorbrengen. Geen eenzame opsluiting, geen sobere cel, veel ontspanningsmogelijkheden juist. Men streeft naar een humaan en menswaardig gevangenissysteem, gericht op gedragsverandering.

Op 125 gevangen waren maar 4 bewakers, die zelfs geen wapens hadden. Ook dit is in schril contrast met de beelden uit de VS met zwaarbewaakte en  -bewapende gevangenissen die gerund worden als bedrijven, maar waar geweld en ongelukken vaak voorkomen en een hoge recidive van 80% bestaat, terwijl dat in Noorwegen maar 20% is (terugval in crimineel gedrag). Dit kan toch niet? Alweer een utopie die bestaat en werkt. 

Duitsland

In Duitsland bezoekt hij een potlodenfabriek Faber & Castell, waar medewerkers een goed leventje hebben en als ze toch teveel stress hebben voor twee weken naar een kuuroord mogen om te relaxen en te ontstressen. Verder heeft Moore ontdekt dat in Duitse bedrijven de Raad van Toezicht voor de helft bestaat uit vertegenwoordigers van de werknemers. De andere helft wordt benoemd door de werkgever. Dat is een kenmerk van het Rijnlandse ondernemingsmodel, dat ervoor zorgt dat in het beleid en bij de controle op het ondernemingsbeleid de belangen van medewerkers zeker niet vergeten worden. Het geeft de stakeholders daadwerkelijk macht en heel anders dus dan het Angelsaksische shareholders-kapitalisme. Is dat de verklaring voor het “Wirtschaftswunder”? Duitsland wordt ook geroemd vanwege de eerlijkheid over het verleden. In alle scholen wordt uitgebreid aandacht besteedt aan de mistoestanden onder Hitler en de holocaust.

IJsland

In IJsland bezoekt Moore de eerste vrouwelijke premier, die in de jaren tachtig van de vorige eeuw gekozen werd.  Dat heeft veel betekent voor de gelijke behandeling en rechten van vrouwen. Zo was er voor de financiële en bankencrisis een bank in IJsland, die geleid werd door vrouwen. Toen alle andere banken in de problemen kwamen, bleek deze bank het juist goed te doen. Ze hadden geen financiële producten verkocht, die ze zelf ook niet begrepen. Bovendien wordt gesteld dat vrouwen veel meer het gemeenschappelijk en publiek belang behartigen en mannen veel meer het eigenbelang. Zet vrouwen dus aan top en oorlogen zullen afnemen  en samenlevingen zullen opbloeien. Het is ook zo dat IJsland de foute bankiers heeft laten veroordelen door een rechter en ook banken failliet heeft laten gaan. De economie presteert nu veel beter dan de meeste EU-landen. 

Tunesië

Een Arabisch en juist niet Europees land dat aan bod komt is opvallend genoeg Tunesië, waar vrouwen recht hebben op voorbehoedsmiddelen en eventueel legaal abortus kunnen ondergaan. In het parlement zitten ook heel veel vrouwen en in de grondwet zijn vrouwenrechten prominent vastgelegd.  Dat is des te opmerkelijker omdat Tunesië ook een islamitisch land is, zij het gematigd.  

In de film van Michael Moore komt Nederland helemaal niet voor. Het land dat vroeger als gidsland werd beschouwd en dat voorop liep met homorechten, softdrugsgebruik en  vrije moraal . Hoe staat het nu? Hebben wij ook utopieën in de aanbieding?

Na enig nadenken zou je misschien de huidige euthanasiewetgeving kunnen noemen, die mensen onder strikte voorwaarden toch de mogelijkheid biedt van een zelfgekozen dood.  Een nog beter voorbeeld is onze aanpak van transgenders, die psychologische en medische intensieve begeleiding krijgen om hun geslachtsideaal mogelijk te maken. Dat zou je een succesverhaal kunnen noemen als je de mensen een lichaam kunt geven dat past bij hun diepste kern.

Je zou ook een hele andere kant op kunnen denken door het voorbeeld van de vele spontane burgerinitiatieven, die vele ngo’s  mogelijk hebben gemaakt zoals Amnesty International en Greenpeace.  Je kunt ook denken aan  de typische lappendeken van lokale en regionale Voedselbanken, die wekelijks gratis voedsel uitdelen aan de allerarmste gezinnen en mensen. Voedsel dat geschonken wordt door winkels,  groothandels en bedrijven en gerund wordt door vrijwilligers.  Nederlanders zijn energiek en ondernemend op velerlei verschillende manieren.  Solidariteit zou ook wel eens een sterke Nederlandse waarde kunnen zijn, want de vele en diverse soorten  coöperaties groeien de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond. Er zijn energiecoöperaties, zorgcoöperaties, winkelcoöperaties, buurtcoöperaties en broodfondsen.  Nederland heeft misschien als belangrijkste utopie: ” de utopie van de vrijwilliger”. Iemand  die zich belangeloos inzet voor anderen en  kwetsbare groepen in de samenleving.  Volgens de door Rudolf Steiner al in begin 1900 geformuleerde Sociale Hoofdwet , zijn daar de maatschappelijke voordelen veruit het grootst van.

Moore kan tevreden teugkeren naar zijn land en veel goed nieuws thuisbrengen. Er bestaan veel utopieën in Europa, waarvan nu bewezen is dat ze goed werken. Het is hooguit een begripskwestie of we ze in termen van filosoof Hans Achterhuis "grote of kleine" utopieën moeten noemen. Wij Europeanen mogen best trots zijn op deze verworvenheden ondanks of dankzij het gemeenschappelijke EU-beleid.  Met de net gekozen nieuwe president Donald Trump verwacht ik echter niet dat veel van deze utopieën overgenomen zullen worden.    

 
  
Moore's film over keiharde Amerikaans kapitalisme

woensdag 20 juli 2016

Elon Musk, een visionaire Ondernemer

Elon Musk in zijn ontwikkelde Tesla S
 
Deze nog jonge, zeer succesvolle CEO van Space X , Tesla en Solar City heeft in een recordtijd een aantal bedrijfstakken volledig veranderd. Sommigen beweren zelfs dat hij “onze toekomst vormgeeft”.  Dat laatste is ontleend aan de titel van een biografie die journalist Ashlee Vance heeft geschreven en waarvan de Nederlandse vertaling is verschenen bij Levboeken/ Bruna uitgevers in 2016.
boekomslag bruna boek
 

 
Elon is geboren op 28 juni 1971 in Pretoria in Zuid-Afrika als eerste kind in het huwelijk van Errol en Maye, die elkaar ontmoetten op de Universiteit.  Errol was elektrotechnisch en werktuigbouwkundig ingenieur en werkte aan grote projecten zoals kantoorgebouwen, winkelcentra en woonwijken. Zijn moeder Maye was een eigen diëtistepraktijk begonnen. Na Elon kwam er nog een broertje Kimbal en zusje Tosca met tussenpozen van een jaar. Elon was een leergierig en energiek kind dat ook zo erg kon weg dromen, dat het leek alsof hij in trance was. Hij kon zich heel erg goed afsluiten van de buitenwereld en was dan verzonken in zijn binnenwereld. Voor buitenstaanders leek het alsof hij doof of autistisch was , maar dat bleek volgens controlerende artsen niet het geval te zijn. Hij creëerde in zijn brein een eigen wereld. Hij had al vroeg een sterk ontwikkeld visueel brein waarbij voorstellingen zo helder en duidelijk tot in detail waren alsof het een innerlijk beeldscherm was. Van Nikola Tesla wordt hetzelfde beweerd. Hij kon al zijn ontwikkelde apparaten al "ontwerpen en testen" in zijn hoofd. In de antroposofie zou men dit omschrijven als ontwikkelde  innerlijke, hogere zintuigen.http://bedrijfskunde-economie.blogspot.nl/2015/07/nikola-tesla-een-biografie.html
De buitenwereld had niet altijd begrip voor zijn naar binnen-gerichtheid en daarom had Elon maar weinig vriendjes met wie hij kon spelen. Later op school werd hij ook heel erg gepest en vertrok hij noodgedwongen naar een andere middelbare school. Op een school was het zelfs zo erg dat medeleerlingen hem van een trap af duwden en hard schopten waardoor hij flinke hoofdwonden had.  Hij moest naar het ziekenhuis en kreeg een neusoperatie. Pas na een week kon hij weer naar school. Op latere leeftijd liep hij tijdens een reis door Afrika ook een ernstige vorm van malaria op waardoor hij tien dagen op de intensive care terecht kwam, 25 kilo aan gewicht verloor en nog zes maanden nodig had om te herstellen.
 
Elons leergierigheid was ook ongekend. Hij zat altijd in een hoekje in een boek te lezen en las wel 10 uur per dag. In de plaatselijke boekwinkel kon hij ook uren zitten om alle strips,  sciencefiction en non-fictieverhalen door te lezen. In de school- en openbare bibliotheek was hij ook een frequente bezoeker.  Op jonge leeftijd realiseerde hij zich “dat je eigenlijk niet weet wat je nièt weet”.  Dat leidde tot het voornemen  om dan maar de hele encyclopedie te gaan doornemen of eigenlijk twee verschillende, want daar staat “alle” kennis in. Hij bezat wat men noemt een fotografisch geheugen waardoor hij al die kennis ook nog kon opslaan. Hij werd een soort wandelende encyclopedie en verraste menigeen met zijn enorme  kennis. Zo kon hij meteen antwoorden op de vraag “hoe groot de afstand was tussen de aarde en de maan” en niet door de gemiddelde afstand te noemen of een aardige schatting, maar juist de grootste en laagste afstand afhankelijk van hun baan.   Een trieste gebeurtenis voor de kinderen Elon, Kimbal en Tosca was dat hun ouders gingen scheiden. De eerste tijd bleven de kinderen bij moeder Maye  maar later koos Elon ervoor om bij Erroll te gaan wonen. Erroll was een talentvolle ingenieur en leerde zijn kinderen ook heel veel praktische zaken, maar testte ook hun kennis tot het uiterste.  Elon kreeg van zijn vader na enig aandringen, toen hij ongeveer 10 jaar was de thuiscomputer Commodore Vic-20 (met 5 kilobyte geheugen) die in 1980 voor het eerst op de markt kwam. Bij de prijs inbegrepen was een lesboek over de programmeertaal BASIC , waarmee Elon meteen aan de slag ging. In drie dagen en drie nachten had hij alle lessen onder knie, waar anderen zes maanden over deden. In de ogen van zijn vader Errol was het een nutteloos apparaat, want je kon er alleen spelletjes op spelen zoals Pacman enz.  Voor Elon ging echter een nieuwe wereld open.  
Tesla's Assemblagefabriek in Tilburg
Al vroeg had hij belangstelling voor raketten en ruimtevaart mede ook door stripverhalen. Later experimenteerde hij ook met chemicaliën en bouwde ook miniraketten, maar niet zoals in de VS aan de hand van een bouwpakket. Elon knutselde alles zelf met blikken en dergelijke.  Zijn fascinatie met ruimtevaart kwam ook al naar voren in een computerspel dat hij zelf geprogrammeerd had genaamd Blastar. Het was  een videogame dat hij als twaalfjarige schreef en dat al zo complex was dat je wel 60 codes moest kennen om het spel door middel van commando’s te kunnen spelen op een eenvoudige pc. In de antroposofie wordt gesteld dat ieder mens met een missie of opdracht op aarde komt. Bij Elon Musk was die missie kennelijk al vroeg duidelijk, want hij heeft er een groot deel van zijn leven intensief aan gewijd.  Op zijn zeventiende ging Elon naar Canada wat gemakkelijker ging dan naar de VS, omdat hij deels afstamde van een Canadese familie. Een andere reden was dat hij de militaire dienstplicht wilde ontvluchten in Zuid-Afrika.
Na een jaar omzwervingen en allerlei rare baantjes om aan geld te komen ging hij twee jaar studeren aan de Queens University in Ontario, waar hij ook zijn latere eerste vrouw Justine leerde kennen. Musk studeerde Bedrijfskunde (MBA) nadat hij eerder in Zuid Afrika op de Universiteit van Pretoria een aantal maanden natuurkunde en techniek had gestudeerd. Hij bezocht weinig colleges en besteedde meer tijd aan computerspelletjes. Later bezocht hij in 1992,  dankzij een beurs de Universiteit van Pennsylvania,  ook de Wharton School waar hij een graad in economie haalde en nog een bachelor in natuurkunde en had daarmee ook de VS bereikt, waar hij ook perse naar toe wilde. Zijn passie bleek al uit middelbare schoolwerkstukken, zoals een essay en presentatie over “The Importance of Being Solar” en later deed hij dat ook op de universiteit. Zonne-energie is een duurzame bron van energie die onbeperkt aanwezig is. De energie van de zon die dagelijks op aarde schijnt is genoeg voor het jaarverbruik van de hele wereldbevolking. Dat is dus het alternatief voor alle fossiele brandstoffen die eindig zijn en bovendien de aarde schaden bij gebruik (opwarming, CO2 en allerlei  zeer schadelijke fijnstoffen).
 
Later heeft hij twee verschillende ingewikkelde start-up's (Tesla en Space X) geleid waarbij hij niet alleen de algemene leiding  had als CEO, maar zich ook met alle processen en fasen intensief bemoeide. Hij kon ingewikkelde berekeningen in zijn hoofd maken en beschikte over een ongekende hoeveelheid kennis. Daarbij eiste hij ook (bijna) het onmogelijke van ingenieurs. Technisch moest alles veel beter en vooral goedkoper en dat speelde vooral een grote rol bij zijn ruimtevaartavontuur, waar het al snel om miljarden ging.         
Dat dit jochie later in de VS de hele ruimtevaartsector op zijn kop zal zetten  met hele moderne en effectieve raketten (Falcon 1 en 9) en capsules (Dragon) en zelfs de belofte maakt om de planeet Mars te gaan kolonialiseren had waarschijnlijk niemand kunnen bevroeden.  Het lukte Elon Musk ook nog om de draagrakketten weer op een platform te laten landen, zodat ze meerdere malen gebruikt kunnen worden. Dat is andere ruimtevaartmaatschappijen nooit gelukt.    
Met het verdiende geld uit de verkoop van zijn internetbedrijven Zip2 (leverde Musk $22 miljoen op) en PayPal( eerder X.com) kon hij miljoenen gaan investeren in het geheel zelfstandig ontwikkelen van raketten. De verkoop van PayPal aan Ebay leverde Musk (na belastingaftrek) 180 miljoen  dollar op. PayPal is een door Musk ontwikkeld veilig platform voor wereldwijde internetbetalingen voor consumenten en bedrijven. Musk's ambitie was  om eigenlijk één internetbank te creëren, die alle andere banken overbodig zou maken. Dat is echter niet gelukt. 
Musk was ook betrokken bij de oprichting van Solar City, het grootste bedrijf nu, dat in de VS zonnepanelen en installaties levert aan consumenten en bedrijven op een gemakkelijke en klantvriendelijke manier met een gunstige financiële regeling bovendien. Twee broers en neven van Elon hadden de feitelijke leiding. Elon was de grootaandeelhouder en geldschieter. Later is het bedrijf samengevoegd met Tesla. 
 
Alsof de ruimtevaart-uitdaging nog niet genoeg is, heeft hij ongeveer tegelijkertijd ook de auto-industrie op zijn grondvesten laten rammelen met een revolutionaire elektrische auto, model S of X die oogt als een sportwagen en technische prestaties levert die niemand voor mogelijk hield. Accelereren in 4,2 seconden van nul tot 100 km en een actieradius van wel  450 km met volle accu en een snel-oplaadtijd van 25 minuten of een accuwissel in 20 seconden (voor de prijs van een brandstoftank benzine). Het zwaarste onderdeel zijn de accu’s die in de bodem van de carrosserie zijn vastgemaakt. Om verhitting en overbelasting te voorkomen zijn de accu’s speciaal gekoeld en opgebouwd. Ze wegen ongeveer 600 kg en zijn het zwaarste onderdeel want de carrosserie is van aluminium.  In Augustus 2016 kwam Tesla met een zwaardere accu op de markt met een vermogen van 100 kWh terwijl de eerste generatie 90 kWh had. Daarmee wordt het acceleratievermogen en vooral de actieradius vergroot  naar 505 km terwijl dat eerst ruim 400 km was. Een nieuw setje batterijen kost wel 20.000 dollar. 
De motor zelf is ongeveer ter grootte van een meloen en is tussen de wielen geplaatst. De auto kan 7 passagiers vervoeren en heeft nog zelfs een ruime bagageruimte. Deze Tesla S (staat voor sedan) is oogstrelend en zit vol met snufjes zoals in- en uitklappende portiergrepen en een touchscreen van 17-inch, waar alle autofuncties mee te bedienen zijn (inclusief een auto-assist waardoor de sedan zelfsturend wordt). 
De groot uitgevoerde touchscreen in de middenconsole
 
 Deze auto van € 70.000 - 100. 000 afhankelijk van de extra’s, hoeft nauwelijks voor onderhoud naar de garage en krijgt automatisch updates via de ingebouwde vaste internetverbinding. Musk is daarnaast bezig  een wereldwijd verspreid netwerk van snel-oplaadstations aan te leggen waar een Teslarijder gratis kan opladen in 40 minuten (dus geen brandstofkosten meer).
De 8 snel-oplaadpalen bij van der Valk in Eindhoven
 
 Een elektrische auto is in veel opzichten een veel beter alternatief dan brandstofauto's op benzine, diesel of gas. Los van de (schadelijke) brandstof heb je altijd te maken met heel veel, wel honderden  bewegende delen die slijten en onderhoud vereisen. Een Tesla heeft maar tien bewegende delen en die zitten vooral bij de wielen.  Uiteindelijk zijn in 2015 zo'n ruim 50.000 Tesla's verkocht, maar veel minder dan er vraag was.
Een Zwarte Tesla S met Nederlands kenteken
 
Hoe revolutionair zijn ontwerp ook moge zijn, het is nog geen garantie voor succes.  In het tweede kwartaal van 2016 heeft Tesla nog een verlies gemaakt van $ 293 miljoen tegenover een omzet van $ 1,3 miljard en dat was al het 13e kwartaal op rij met rode cijfers. In april 2017 breekt Tesla weer een record. Het is op dat moment de nummer één wat betreft beursmarktwaarde met $ 51 miljard en dat is ruim meer dan de no. 2 en 3 op de Amerikaanse automarkt GM en Ford . Toch zijn die laatste twee veel winstgevender. Kennelijk telt de toekomstige potentie van Tesla nu al mee in de waardering.  
Musk beloofde dat er in de 2e helft van 2016 nog 50.000 nieuwe auto's (model S en X) gebouwd zullen gaan worden wat een verdubbeling is van het aantal in 2015.  In 2016 is Tesla ook met een Model S op de markt gekomen die vierwiel-aandrijving heeft, het model P85D met notabene 700 pk. Daarvoor heeft de auto ook een kleinere elektromotor tussen de voorwielen naast de al gebruikelijke elektromotor die tussen de achterwielen ligt. Door een geraffineerde verdeling van vermogen heeft de auto een prima wegligging en een grote acceleratie.  
 
Alle patenten die het bedrijf Tesla door deze vernieuwende auto heeft verkregen zijn openbaar in de hoop dat anderen snel meer en misschien zelfs nog betere elektrische auto’s gaan bouwen. Zelf gaat Tesla aan de slag met de Tesla X die naar boven klappende portieren heeft, valkenvleugels genoemd en nog een goedkopere versie van de S.  Eind juli 2017 werden de eerste 30 modellen van deze goedkopere Tesla, model 3  uitgereikt aan eigen werknemers die deze auto besteld hadden voor een prijs van $ 35.000 of € 29.700. Er bestaan twee varianten waarbij de gewone een actieradius heeft van 350 km en een iets duurdere 500 km. Er zijn al 500.000 van dit type besteld en in 2018 zal deze in Nederland geleverd worden. Men hoopt een jaarproductie van 200.000 te kunnen halen in de fabriek van Fremont (Californië) .
  
Daarnaast heeft hij concrete plannen voor een elektrische vrachtwagen en een elektrische personenbus. Op langere termijn zal er een prototype van een amfibievoertuig komen dat over land en in het water vooruit kan, misschien komt er ook nog eens een vliegende auto.
Verder heeft Musk het vaste voornemen om een aantal satellieten de ruimte in te sturen voor een baan om de aarde, die kunnen zorgen voor een wereldomspannend, snel internet. Musk denk daarbij aan een investering van 10 miljard dollar, maar dat is veel goedkoper dan de hele aarde voorzien van een glasvezelkabel. In het najaar van 2016 heeft SpaceX toestemming gevraagd aan de Amerikaanse overheid om deze satellieten te mogen lanceren. Het gaat om een aanvraag bij de Telecomwaakhond FCC. Er zijn nu al zo'n 1.400 werkende satellieten in de ruimte en daar zouden er op korte termijn zo'n 800 bij moeten komen voor beter internet in de VS en uiteindelijk zo'n 4.425 internetsatellieten voor een wereldwijde dekking van het internet. Deze nieuwe satellieten zouden wel op een afstand van 1200 km rond de aarde draaien en dat is lager dan normale baan van een satelliet.
 
Zeker is dat deze man de wereld een grote stap vooruit geholpen heeft met op zonne-energie gebaseerde technologie. Zie ook http://bedrijfskunde-economie.blogspot.nl/2014/09/ondernemer-elon-musk-meest-invloedrijk.html 
 Musk kijkt ook verder dan alleen vanuit een ondernemersbril of vanuit een technologische visie. Hij geeft ook blijk van een maatschappelijke visie. Zo beweert hij in oktober 2016 in een interview dat we op langere termijn een mondiaal basisinkomen zullen invoeren. De opkomende robotisering, automatisering en informatisering zal veel banen overbodig maken en dus kunnen we volstaan met een kleinere werkweek en ons meer gaan ontwikkelen op andere meer creatieve en intellectuele gebieden.